Ecuador verslag 1 tot en met 6

In december 2000 zijn Karin en Ron een maand naar Ecuador geweest. Hierbij het verslag van Ron.


NOOT: De foto’s bij verslag 1 t/m 6, aangegeven met [1], [2], enz., zijn tegelijk met dit verslag te bezichtigen door op de bijbehorende link te klikken.

Ecuador Verslag 1
(Klik hier voor Foto's bij Verslag 1):

[1] Het is nu Woensdagnacht/Donderdagmorgen [30 november 2000] 7.41 Nederlandse tijd. We zijn vertrokken woensdagnacht ongeveer 00.10 wegens vertraging. Dus 7,5 uur onderweg. Zo'n 65 passagiers waren niet op tijd. Na de maaltijd, wat lezen/kijken/luisteren probeer je te slapen, nu net wakker geworden, en je voelt je 'gebroken'. Nog twee uur vliegen tot Curaçao.

[[Tussendoor: Oh ja, bagage: 20 kg. p.p. toegestaan, 5 kg. extra mag. Wij hadden, zonder de 'hand'bagage, 64,3 kg. Maar het was geen probleem, alles ging heel vriendelijk. Minstens 15 kg. is trouwens koffie, cacao, marmite, pakjes soep, enz. voor onze lieve vrienden in Ecuador die we allemaal wel met iets blij kunnen maken.]]

En dan denk je eraan dat je tegen 14.30 Nederlandse tijd in Ecuador aankomt, waar het dan donderdagochtend rond 8.30 's ochtends is. Een lange Nacht! Niet rusten als je aankomt, maar de dag doorkomen, vroeg naar bed, dan wen je het snelst aan de plaatselijke tijd. Dit is misschien toch lastiger dan vliegen naar New York, het tijdverschil is hetzelfde, maar de vlucht is nu veel langer.

Karin heeft op Schiphol bij een toiletdame uit Suriname een brochure verspreid. Aangezien ze zei dat ze de brochure ook door haar kinderen tussen de 10 en 15 jaar wilde laten lezen, heeft Karin haar aangemoedigd als er Getuigen aan de deur komen te vragen naar het Jonge mensen vragen-boek.

Zo, na dit getyp, een glaasje sap, en even praten met Karin, voel ik me alweer een stuk wakkerder en een beetje frisser. 7.54 Nederlandse tijd. Ik ga wat anders doen. Ah, en kijk! Ontbijt!

[2] Kort nachtelijk bezoekje aan Curaçao gebracht. Plaatselijke tijd 3.45 uur. Karin had het idee vanaf het vliegveld te bellen naar enkele bekenden op het eiland, maar toen hadden we ons nog niet gerealiseerd dat het midden in de nacht zou zijn. Ook geen enkel winkeltje open, om het ons aangeprezen ijs te kunnen proeven. Curaçao’s geld bewaren tot de terugreis.

Het is nu 13.16 Nederlandse tijd. En ochtend in Guayaquil, waar we om 7.48 uur, over een half uur, verwachten te landen. Net weer een prima warme maaltijd gehad, we denken dat we de dag wel doorkomen. Onze buurman blijkt Getuigen te kennen, heeft studie (?) en familie in de waarheid. Karin heeft hem een Spaanse Atalaya en een Despertad! gegeven die hij ondertussen voor een groot deel gelezen heeft (leeftijd: 25-30, Karin heeft nog een foto van hem gemaakt). Ondertussen heeft hij ons zijn telefoonnummer in Quito gegeven, zodat we hem kunnen bellen en mee naar de vergadering kunnen gaan.

Hoeveel hij in Europa aan de waarheid heeft gedaan weten we niet, zijn ouders blijken een broeder en zuster te zijn, misschien is deze ontmoeting net iets dat voor hem een aanmoediging betekent aandacht aan geestelijke dingen te (blijven) besteden.

[3] We zijn er! 7.51 uur plaatselijke tijd. En raad eens wat: Julius Benig haalt ons op. Zwaaien met de Wachttoren hoeft dus niet. Hierbij een foto van de Bethelauto die gebruikt wordt om vliegreizigers op te halen.

En ondertussen zijn we op Bethel. Prachtige ruime dubbele kamer, een airco in het raam, heerlijk met blote voeten lopen op het tapijt, lekker opfrissen, straks, het is nu 11.30, middageten met de Bethelfamilie, op dit moment bestaande uit 132 broeders en zusters. In de middag gaat Gerda ons een Betheltour geven. Gelijk wat schroefjes halen in de werkplaats, een handvat van een tas is losgedraaid. En kijken of de broeders van de computerafdeling voor me kunnen bellen naar de Internet provider (EcuaNet) met wie ik geregeld heb de hele maand december een abonnement te hebben met lokale inbelnummers. Een laatste bevestiging dat alles kant en klaar is heb ik niet kunnen krijgen [Als je dit bericht niet krijgt, weet je dus waar het aan ligt]. {Ehhh, juist, ja, dat zeg je goed. Inderdaad}. Ben benieuwd!

De temperatuur viel me reuze mee, lekker maar niet te heet. Julius vertelde dat het gisteren een hete dag was geweest, en dat er regen wordt verwacht (het is regenseizoen), maar het komt (nog) niet. Het is nu licht bewolkt. Maar, ja, ik vergeet dat het pas 's ochtends vroeg is. Nu ik dit typ is het op de kamer nog net niet te warm, maar daar is airco. Ik ben benieuwd hoe het straks is, als we buiten komen...

[4] Deze getallen, [1], [2], enz. geven de keren aan dat ik aan het typen ben.

Het is nu alweer zaterdagochtend! [3 december 2000]. Zo veel gebeurt, en geen tijd gevonden om te typen. We hebben net ons Bethelontbijt, zowel geestelijk als letterlijk, gehad. Met fruit als deel van het ontbijt, stukjes verse ananas, papaya en meloen in een schaal.

Nadat we donderdagochtend aangekomen waren hebben we meteen voor de middag de Branch tour genomen. Gerda Benig was onze rondleidster, zij vond het ook heerlijk weer eens Nederlands te kunnen spreken. Het is een grote Bethelfamilie, zo'n 132 broeders en zusters, en ik vroeg me af hoe dat kon, gezien het aantal verkondigers en omdat Ecuador geen vertaalafdeling heeft. Er blijken zo'n 30 broeders te zijn die wel zijn ingeschreven als betheliet, maar full-time werken om nieuwe koninkrijkszalen e.d. te bouwen. Er is op dit moment behoefte aan nog 130 koninkrijkszalen, dat komt neer op werk voor 10 jaar.

De broeders willen graag dat alleen 'echte' bethelieten op Bethel zitten, Ton Franken is net hier vanuit the States om een en ander te helpen organiseren. Het grootste zendelingenhuis in Ecuador, hier in Guayaquil, zal gebruikt gaan worden om 'bouwbroeders' te huisvesten. En de zendelingen gaan nieuwe woonruimte zoeken.

Dat heeft voor de dienst van de zendelingen een groot voordeel. Ze gaan nu verdeeld worden over drie huizen in heel Guayaquil, zodat ze dichter bij hun verschillende gemeenten en gebied kunnen gaan wonen, en makkelijker in andere delen van Guayaquil inzetbaar zijn. Maar het nadeel is dat er 'niets' te vinden is! De nieuwe situatie zou per 1 januari in moeten gaan, dus de zendelingen zijn op dit moment frenzied bezig met van alles wat er op ze afkomt. Bijna geen tijd voor de dienst, huizen zoeken! En waar ze nu zitten is veel extra ruimte, zoals twee garages waar ook veel spullen kunnen staan. Dit soort huizen zijn er verder niet, dus ze hebben binnenkort een 'garage sale' of vlooienmarkt waarin ze (een deel van) hun spullen te koop aanbieden. Nog interesse? Kom gauw langs! Wij kunnen nog wel komende week logeren, zoals afgesproken, maar we zullen veel minder met Pablo en Jessica in de dienst kunnen dan we geanticipeerd hadden. Wel met anderen natuurlijk, dus we zien wel.

Nog wat leuke dingen: Bij de receptie aan het begin van onze tour, zit een zuster die Toni heet. Karin zegt: volgens mij heb ik 6 jaar geleden een keer met jou aan tafel gezeten. Toen hadden we een gesprekje over waar jij gediend hebt, en je vertelde dat je met je man in de toekomst nog een andere toewijzing in gedachten had: "After Armageddon: babies!" ["Na Armageddon: babies!"]

Veel gelach, herkenning, ja, dat was zo. Ze zei het nu zo: "nine months after Armageddon: babies." ["negen maanden na Armageddon: babies"].

Vrijdag heb ik de meeste tijd moeten besteden aan het in orde maken van de internet verbinding. Dat had ik al geprobeerd vanuit Nederland te regelen zodat ik daar hier niet druk mee zou zijn, maar dat was niet compleet gelukt.

((Voor de geïnteresseerden: dit is het bericht dat ik naar mijn baas, Goof, heb gemaild daarover. "Leuk te weten dat jij nu vanuit Florida en ik nu vanuit Ecuador communiceer.

Jouw mail heb ik vandaag, 1 december, ontvangen tijdens mijn eerste keer inloggen op EcuaNet.

Vanuit Nederland was het niet gelukt de verbinding alvast voor elkaar te hebben, vandaag ben ik naar hun kantoor in Guayaquil geweest, en daar ging het heel wat beter. Een aardige assistente heeft inbelnummers (totaal 10) vanuit alle plaatsen die ik opgaf voor me ingevoerd, nu kon ik ook contant betalen, want dat Visa card verhaal vanuit Nederland is hier niet zo gewoon.

In totaal vier handtekeningen gezet, ter plekke inlognaam en wachtwoord gekregen, en daar hebben ze voor me ingelogd om te kijken of het allemaal werkt. Klantnummer 18.159, dus zo veel hebben ze er nog niet, 100 uur internet in 1 maand voor $ 30,24, maximum snelheid 33K6, zo te zien stond de complete server achter glas met airco in hetzelfde kantoor.

Maar de service was stukken beter dan verwacht, en dat je met werkende verbinding de deur uitloopt, en ze meer dan een uur alles voor je invoeren, kosteloos, is toch heel netjes. Als je maar naar hun kantoor gaat, en niet op afstand via fax en e-mail alles regelt.

Waarom kan dit in Amerika niet?"))

Er was een broeder die net naar de stad moest om een onderdeel voor de bakkerij te halen. Met hem kon ik mee. Onderweg vroeg ik Alfredo hoe lang hij al op Bethel zat, en dat was 10 jaar. Ik vertelde hem dat de broeders zeker blij zijn met zijn getrouwe dienst. 'Ja, maar volgend voorjaar ging hij trouwen'. Maar, gelukkig, zijn vrouw zou ook toegelaten worden op Bethel. Zijn 'levenswijsheid': "Be obedient, and Jehovah will drive". 'That is the secret of blessings'. [Wees gehoorzaam, dan zit Jehovah achter het stuur". 'Dat is het geheim van zegeningen'.]

Hij vroeg hoelang wij getrouwd waren, met het bekende antwoord: 1514... Hebben jullie kinderen? En daarna: 'Dat is waar ik mij het meest zorgen om maak, nu. Hoe wij moeten voorkomen kinderen te krijgen'. Er ontspon zich een gesprek over dit onderwerp, een Despertad! van enige jaren geleden noemde 9 mogelijkheden. En daarna nog een heel leuk gesprek gehad over hoe je vanaf je trouwdag zo met je vrouw kunt omgaan dat ze zich geborgen bij je voelt. Hij was blij! En het was inderdaad heel leuk zo'n gesprek te hebben met iemand die je voor het eerst ziet.

Nog iets dat Gerda Benig ons vertelde. Toen ze zoveel jaar geleden in Ecuador aankwamen en de eerste week op Bethel doorbrachten, dankte ze Jehovah dat ze Ecuador als toewijzing hadden ontvangen. Maar toen ze daarna in hun echte toewijzing kwamen, was het echt verschrikkelijk aanpassen. De erbarmelijke en onhygiënische omstandigheden, zoals de ratten die over de vloer lopen, de viezigheid, de insecten, enz, enz, deden bij haar maar al te vaak het gevoel opkomen: dit houd ik niet meer. Ik wil/kan hier niet langer blijven. En dan dacht ze aan de raad op de Gileadschool. Daar werd de toekomstige zendelingen op het hart gedrukt, altijd te zorgen dat de hygiënestandaard van je zendelingenhuis hoog blijft. Zodat je tegen jezelf kunt zeggen: 'het is hier wel zo en zo, maar straks ga ik naar huis, en daar is het schoon. Daar kan ik er weer tegen'. En dat heeft heel wat keren geholpen.

Ze hebben er nu al weer zo veel jaar op zitten, en sinds een jaar en drie maand hebben ze nu een toewijzing op Bethel gekregen. Daar is het schoon en netjes. Maar nu bleek het een hele aanpassing te zijn, want ondanks dat het hier heerlijk toeven is, geestelijk ingestelde mensen om je heen, en de 'luxe' van een Ecuadoriaans 5-sterren hotel, vertelde Gerda de dienst zo verschrikkelijk te missen dat ze ook hier eerst dacht: dit houd ik niet uit. Mooi hè, hoe iemand ondanks chaos en viezigheid zo van mensen kan leren houden er niet meer weg te willen!

Vanmorgen, nog steeds zaterdag, buiten de lektuurafdeling een zuster gesproken, een beetje Philippijns uiterlijk, die aan het vegen was. Zij pioniert, heeft werelds werk, en helpt daarbij eens per 14 dagen op bethel en elke week een dag in het zendelingenhuis in Guayaquil. Goed hè?

Trouwens, de warmte is totnogtoe goed bevallen. Vanmorgen het zwembad van Bethel gebruikt. En tegelijk onze gezinsstudie gehouden, in het zonnetje aan het blauwe water.

En vanmiddag een wandelingetje gemaakt langs de grenzen van het Bethelterrein. Onder andere de tuintjes van enkele Bethelieten bekeken, en doorgelopen naar de congreshal die ook op dit terrein staat (er zijn iets van 5 of 6 hallen in Ecuador). Zie de foto's!

Gisteravond waren we uitgenodigd bij een broeder en zuster die de sign language gemeente (de dovengemeente) ondersteunen sinds anderhalf jaar. Karin kent ook een zendelingenechtpaar die daar zo'n 8 jaar geleden mee zijn begonnen. Zij nodigden ons uit de vergadering bij te wonen. Wel, dit is totnogtoe de meest indrukwekkende en ontroerende gebeurtenis voor mij hier in Ecuador. It brought tears to my eyes, not just once. The most beautiful thing up till now. 'Singing' together. It's such a beautiful language. It's beautiful!

Sorry, vertaling: Het bracht tranen in mijn ogen, niet slechts één keer. Het mooiste iets totnogtoe. Samen 'zingen'. Het is zo'n mooie taal. Het is prachtig!

Tijdens het spelen van de muziek, dat de meesten niet kunnen horen, staat een zuster op het podium, die in gebaren de muziek vertolkt. En iedereen in de zaal doet haar gebaren na. Zo wordt er gezongen. Dit is ook voor het eerst dat ik twee maal bij een gebed in de koninkrijkszaal mijn ogen open heb gehouden. En donderdagavond [30 nov] had ik in het Spaans mijn eerste antwoord gegeven, nu, op weg naar deze vergadering, degenen die ook in de auto zaten gevraagd ons te laten zien hoe een door ons uitgezocht antwoord in gebaren te kunnen zeggen. Ik had een antwoord in paragraaf 2 uitgekozen, Karin in paragraaf 11. Vraag me alsjeblieft in Nederland het antwoord te laten zien, want ik wil het graag onthouden! Voor het antwoord moet je het podium op, zodat iedereen je kan zien. De wachttoren studieleider leidde het extra in, en leuk zeg, na het antwoord kwam er een waarderend applaus. En voor Karin net zo. Na de vergadering hoorden we dat onze antwoorden voor verschillende geïnteresseerden een stimulans was geweest om dan ook te durven een antwoord te geven. Voor de rest is het hartverwarmend te zien hoe alles daar gaat, de manier van omgang, enz.

Het meest wennen was niet de gebaren, maar dat je je mond moet houden. Lippen op elkaar. In Ecuador doen ze niet aan liplezen. Maar ik zag enkele conversaties, en het is bijzonder zo snel ze toch informatie kunnen uitwisselen en hoe veel diepgang zo'n conversatie kan hebben.

Wel, dit waren heel wat verhalen voor drie dagen Ecuador, vinden jullie niet? Ik zal maar eens proberen wat op te sturen nu. Met een aantal foto's in lage resolutie, zodat het downloaden hopelijk niet te veel tijd kost. Vast niet meer dan het verzenden, want hier is een snelheid van 14 Kb niet ongebruikelijk, de maximumsnelheid is 33K6 maar dat wordt meestal (bij lange na) niet gehaald.

Oh ja, nog één ding: Karin heeft duidelijk minder last van allergieën hier. Wat een verademing! Alleen in de zaal had ze toch een masker nodig, maar ze kon tenminste in de zaal zitten. Het is zo'n verschil. En voor de rest kan ze heel goed merken dat ze moe is van de reis enz, maar ze is oh zo gelukkig! Ze heeft het gevoel alsof ze (even) thuis gekomen is.

En nog iets: mijn laptop heeft kuren, hardware kuren helaas nog wel. Het zou dus kunnen dat het niet zo gaat als de bedoeling is, maar dat is nog afwachten. Op dit moment kan ik de meeste problemen nog omzeilen/oplossen, maar als het erger wordt...

Mocht een volgend bericht niet meer doorkomen, dan weten jullie dat het overmacht is.

We denken aan jullie allemaal, hartelijke groeten van jullie vrienden, broer en zus, familie,

Ron & Karin.



Onderwerp: Ecuador verslag 2
(Klik hier voor Foto Verslag 2)

Hallo lieve vrienden en familie,

[1] Ondertussen is het maandagmorgen 11.45 uur [4 december 2000] . We zijn net terug van de velddienst. Het zendelingenhuis zit in een nette buurt van Guayaquil. Trouwens, een stad met 3 miljoen inwoners en 125 gemeenten. Vlak bij zijn we het gebied in gegaan. Met de plaatselijke broeders en zusters, omdat de zendelingen, zoals gezegd, minder tijd aan de dienst kunnen besteden. Ze proberen wel de studies te behartigen, en we hopen vanmiddag mee te gaan met Nicky naar een sign language (gebarentaal) studie.

Karin heeft leuke gesprekken gehad, was in de dienst met een broeder wiens vrouw al 33 jaar in de waarheid is, en zelf 10 jaar. Sinds zijn doop is hij in de pioniersdienst, eerst de hulp, en daarna de gewone. Ik kon mee met een zuster die een beetje Engels kon.

Kleine dingen die opvallen: met een sleutel tegen het ijzeren hek tikken i.p.v. bellen. Ook de mensen die geen belangstelling hebben vertellen kort waarom, je kunt nog iets vragen, enz. En dat terwijl dit gebied vaker dan 1 maal per week wordt bewerkt. Bij één huis zei de zuster: Deze mensen zijn vast niet thuis. Waarom? Er lagen wat bladeren (op de tegels voor het huis, binnen het hek). En die waren niet geveegd. En wat ook opvalt: je kunt zien dat er hier geen vernielzucht is. Allerlei knoppen en metertjes zitten aan de buitenkant van het huis. Wel is er onveiligheid, i.v.m. inbraak, diefstal. Alles zit achter hekken. Ook het zendelingenhuis heeft zich geleidelijk aan, aan moeten passen door de hekken e.d. dichter te maken.

Ik heb ook diverse aanbiedingen kunnen doen, maar dan héél kort: Buenas Dias. Mi nombre es Ron. De país Holanda. No hable Español. Tenga, por favor/Elegiri, por favor. [Letterlijk: 'Goedendag. Mijn naam is Ron. Van land Nederland. Niet praten Spaans. Aanpakken, alstublieft/Uitkiezen, alstublieft.']

Later werkten Karin en ik samen, en hebben een man die bij een slagboom in een wachthuisje zat een traktaat aangeboden (hem laten kiezen welke hij het meest interessant vond), en ons eerste nabezoek afgesproken. Morgen kunnen we terugkomen.

's Middags, tijdens de siëstatijd, een paar uur bezig geweest met het vorige bericht versturen. Mijn laptop doet het steeds slechter. Ik heb gemerkt dat zodra hij warm wordt, het afgelopen is. Laten afkoelen en dan weer een paar minuten typen, gaat (nog) steeds. Vanavond ga ik bellen naar de fabrikant, voor een nieuwe. Want dit is te gek. Na de siësta mee geweest naar een sign-language studie. Wat hebben we genoten!

De studie was bij een jonge vrouw, Esperanza, en Karin kon zich herinneren daar 6 jaar geleden ook mee naar toe te zijn geweest. Het bleek dat de studie toen was afgebroken, omdat er geen vorderingen werden gemaakt. Maar nu was dat wel anders! Eerst werd een toespraakje geoefend dat Esperanza zou houden, daarna de studie, die ging over allerlei praktijken i.v.m. wereldse feestdagen en gebruiken die een verkeerde achtergrond of oorsprong hebben.

Je ziet nu hoe goed het onderwijs hierin zich heeft ontwikkeld, met Jehovah's zegen! Een soort ringband met stukjes uitgeknipte tekst uit het kennisboekje, het redenerenboekje, en wat verder nodig is. Heel beknopt, want lezen is voor doven een heel karwei. En heel veel plaatjes, uitgeknipt uit de lektuur en soms wereldse bronnen, zoals een foto van carnaval en allerlei gebruiken daar om heen (heel wat meer in Ecuador dan in Nederland!).

Wat een voorrecht vond ik het voor te gaan in gebed! Met je ogen open, hoewel ik de personen niet aankijk, maar net kan zien wanneer de zuster die mijn woorden in gebaren omzet klaar is, en ik het volgende stukje uitspreek. En wat is het toch mooi om te zien hoe bepaalde gedachten in gebaren worden omgezet!

Op de terugweg nog een interessante uitspraak over het verschil tussen doof en blind. Een broeder had een blinde boekstudie (in de U.S.A. als ik het goed heb), en bij vergelijking kwam er uit dat "the blind are cut of from things", and "the deaf are cut of from people" [de blinden zijn afgesneden van dingen, de doven zijn afgesneden van mensen]. Meestal spreekt niemand in de familie gebarentaal, de doven, meestal vanaf baby leeftijd door een niet behandelde ziekte (behandelingen en dokters zijn duur), doof geworden, leven dus meestal compleet zonder communicatie. Door de prediking komen ze mensen tegen die met ze kunnen 'spreken', vaak voor het eerst van hun leven. En Nicky vertelde tot nog toe maar één keer te hebben meegemaakt dat moeder/ouder en broers/zussen bereid waren het ook te leren (van de broeders en zusters) om met hun dove zus te kunnen communiceren.

[2] Toch is ook in dit veld tegenstand: ouders/familie die zich schamen, vinden dat een doof iemand verborgen moet worden gehouden; druk als de dove zich aan gaat passen aan bijbelse beginselen; en een dominee/pastoor, in ieder geval een geestelijke, uit de U.S.A. die ook doof is, zich hier heeft gevestigd, en stevig tekeer is gegaan tegen Jehovah's Getuigen.

Opvallend hoeveel jonge dove mensen in de zaal komen. Degenen die al wat jaren ouder zijn blijken vaak getrouwd, wat werk te hebben, enz. en niet zo makkelijk meer bereikt te kunnen worden of tijd vrij te kunnen/willen maken.

Peter en Nicky werken als zendelingen nu full-time alleen in het dovenveld. Begonnen zo'n 8 jaar geleden. Er is een bloeiende gemeente in Guayaquil, en nog twee in Ecuador.

We waren net op tijd terug om het grootste deel van de gezinsstudie van de zendelingen op maandagavond mee te kunnen maken.

En nog iets over Karin: haar lymfoedeem/been is behoorlijk opgezwollen, dus daar heeft ze hier, door hitte en vocht, meer last van. Maar ze geniet zo van de veel minder vervelende lucht, bijna overal. Eindelijk een hoofd dat helder is, goed kunnen luisteren/concentreren in de koninkrijkszaal, en veel meer kunnen doen in de prediking. Ze geniet er elke dag en elk uur van hoeveel beter dat hier is. Een vogel die eindelijk uit het kooitje kan komen, eindelijk vrij rond kan fladderen.

Zo, dat was maandag. Vanmorgen, dinsdag, mee geweest in de dienst. Karin en ik ieder mee met twee zusters, en ik met twee jonge broeders, die echt geen woord Engels spraken. toch heb ik me nog nuttig kunnen maken in de dienst. Er kwam een heel gesprek met iemand die evangelisch bleek te zijn, en ik kon elke keer het gesprek voldoende volgen om een passende schriftplaats op te zoeken, te lezen, en van enig gebrekkig maar wel enigszins doeltreffend commentaar te voorzien.

Grappig, zoals dat gaat. het gesprek was op straat, vlak voor een winkel. De eigenaar (?) komt er af en toe voor naar buiten, om te luisteren en ook wat te zeggen. Een enkele voorbijganger gaat er bij staan en luistert een tijdje mee, enz.

En, dit gebied wordt zeker 2 maal per week (!) bewerkt. In Guayaquil gaan de gemeenten 3 maal per maand tot sommige gemeenten 3 maal per week door het gebied! En dan nog vind je maar een enkeling die niet even geduldig luistert, of er absoluut niets van wil weten. Als je op straat, bijvoorbeeld op weg naar je gebied, traktaten aanbied, is een reactie: 'Die heb ik al. heb je nog een andere?'

Stel je voor, straks zijn we terug in Nederland/Arnhem. Waar me misschien net 3 maal per jaar bij dezelfde deur komen. 'Bent u daar nu alweer?' Zeggen sommige ogen dan.

Of meteen te beginnen: Bent u wel eens in Ecuador geweest? Ik kom er net vandaan. Als u in Ecuador zou wonen, had u deze week al 2 bezoeken van Jehovah’s Getuigen gehad. Hoe zou u dat vinden? De mensen daar vinden het bijna allemaal prima. Praten even met ons. Lezen vaak artikelen in onze tijdschriften en andere lektuur. Leren elke keer iets nieuws. Allemaal in een gemoedelijke sfeer.

Op de terugweg van het gebied, met twee zusters van het zendelingenhuis, nog een broeder getroffen op de markt. Handig, zo'n stalletje. Een 'kelder' met een luik er op. Luik dicht, slot er op, en je kunt naar huis.

En hier, net als op Bethel, daar is het blijkbaar ook nodig, kom je overal waar gras en bloemen/planten zijn een bord tegen: "No Pisce el Césped". Wat dat betekent? Wat denk je?

Vanmiddag (dinsdag) heeft Karin haar eerste nabezoek gebracht. Vanavond naar de vergadering geweest, [Hier is een stuk tekst weggevallen]

In de velddienst geweest met de plaatselijke broeders. Op woensdagavond [in Salinas, 6 dec] was de boekstudie. Heel leuk, en heel ontroerend: na de studie vroeg de broeder mij voor te gaan in gebed. Ik vertelde in mijn beste Spaans dat ik geen Spaans kan, en nadat hij had geknikt, boog iedereen zijn hoofd. En ik dus ook. En wachtte. En er kwam niets, niemand sprak. toen ik weer omhoog keek gebaarde de broeder dat ze toch graag wilden dat ik voor zou gaan. Dus dat heb ik gedaan, in het Engels, met een enkel Spaans woord. Ontroerend is dat, dat je toch iets mag betekenen voor je broeders zo ver weg, al kunnen ze je niet verstaan. En oh ja, ik was op het strand nat geworden in mijn nette broek, dus had ik een werkbroek aan, daar wordt dan gewoon niet naar gekeken (hoewel ze er zelf wel keurig uitzien!). Na afloop een foto van de boekstudiegroep gemaakt. Iedereen op het podium.

En het grappige is, op ons gastadres vroeg de zuster / moeder, of ik voor wilde gaan in gebed. Daar bleek natuurlijk dezelfde handicap voor mij aanwezig, dus pakte ze haar dunne sjaal, en heeft het gebed uitgesproken. Dat deed ze natuurlijk elke keer, omdat haar man geen broeder is. Hoewel hij tegenwoordig al een tijdje meegaat naar de zaal. We hebben nog wat suggesties kunnen uitwisselen met de dochter hoe je je vader in zo'n geval het beste kunt ondersteunen en aanmoedigen om verder te gaan. Ondertussen heb ik dus vaker dan ooit hiervoor geluisterd naar gebeden door een geliefde zuster en daar amen op mogen zeggen.

De Koninkrijkszaal ligt vlak bij het strand, mooi gelegen, tegenover een parkje, en verderop aan het strand is een haventje en een drukte van jewelste. Dat blijken allemaal vissersschepen en verkoop van vis te zijn. Na afloop van de velddienst kregen we een rondleiding daar. Je ziet dan mensen met knotsen van ijsblokken op hun schouder, en bakken met grote vissen. Allemaal zwaar werk, en een enorme drukte. Op de foto's zie je ook gieren die op visafval azen, en pelikanen die zelf vissen.

Heel leuk, wat verder weg, op een iets afgelegen steiger, liepen we langs twee jongens die aan het dammen waren. Er was, heel netjes, op een randje een dambord met krijt uitgetekend, en met kroonkurken/doppen van frisdrank en bierflessen werd gespeeld. Met de bovenkant boven is de ene kleur damsteen, met het binnengedeelte boven de andere kleur. Een dam maak je makkelijk door twee van die doppen op elkaar te leggen. We bleven even kijken, en daarna vroeg ik de broeder die met ons mee was gegaan, Ivan (een pionier en afgestudeerde van de bedienarenopleidingsschool hier in Ecuador), of wij een spelletje konden spelen. Niet dammen, maar kat en muis, met vijf stenen aan de ene kant en één aan de andere kant, waarbij de kat met vijf stenen probeert de muis in te sluiten en de muis probeert door te breken. Met gebaren en een enkel woord lukte het de spelregels over te brengen. Maar dat was wat voor de langslopenden! Die kenden dit niet! Iedereen die tijd had bleef er omheen staan, en als ze het wat door kregen kwam er commentaar. Met verschillenden gespeeld, heel grappig en leuk zoals iedereen zich ermee bemoeid, raad geeft, lacht, grapjes maakt, enz.

Toen we weggingen werd er meteen fanatiek doorgespeeld, het spel is Finitos gedoopt i.p.v. kat en Muis, omdat ik in mijn pogingen ze wat op weg te helpen regelmatig dat woord gebruikte bij een verkeerde zet en dan de steen terugzette zodat ze nog een keer konden kijken wat een goede zet zou zijn.

Op vrijdagochtend met een oudere pionier mee geweest, in het gebied van de vis. Als er dan een eethuisje is, met in totaal zo'n twintig mensen, begint hij gewoon te praten tegen iedereen tegelijk, en als er dan iemand is die wat luistert, gaat hij daarmee verder. Zonder enige schroom, en ook de mensen vinden het niet gek.

Trouwens, op donderdagochtend, de aktie is om 8.30, de velddienstbespreking/bijeenkomst was heel kort. Er werd een gebed uitgesproken en waren we de koninkrijkszaal al weer uit, op weg naar het gebied. Om twee minuten voor half negen! Op vrijdagochtend, de aktie was weer bij de zaal, waren we een kwartier te vroeg, maar niet de eersten. Er was niemand met een sleutel van de zaal (neem ik aan). Tegenover de zaal, bij het plantsoen, werd het gebed uitgesproken, en daar gingen we. Om 4 minuten voor half negen, deze keer!

Hun gebied wordt twee keer per week bewerkt. Ook nog een foto bijgevoegd waarbij je ziet dat de zwijnen los op straat lopen, op zoek naar voedsel. honden zijn er ook veel, veel beleefder dan in Nederland, bijna geen één hond blaft, hooguit kijken ze je eens aan, en ze bemoeien zich niet met mensen maar alleen met elkaar. En dat doen ze heel leuk. Spelen op het strand, enz.

Oh ja, de taxi’s, dat is ook leuk om te vertellen. Elke bus en elke "Routa Transporte taxi", dat is een taxi die een beetje voor bus speelt, op een vaste route, claxonneert bij het langsrijden van bijna elke straat. Niet alleen omdat ze iedereen waarschuwen dat ze er er door willen, ook om eventuele passagiers te vertellen dat ze mee kunnen. Als je ze ziet steek je je hand op, ze stoppen, en je kunt mee. Zo stopte er een taxi waar al twee personen inzaten, één op de achterbank en één naast de chauffeur. Wij waren met drie personen, de jonge zuster/dochter ging meestal met ons mee, en dat ging met wat geschuif allemaal op de achterbank. Toen zaten we dus vol. Dacht ik, want iets verderop stond nog iemand te wachten, en de taxi stopte. Hop, daar ging degene op de voorstoel een stuk opzij, tot tegen de chauffeur aan, en de ander kon er nog naast. Zes passagiers in de taxi (en het was geen Mercedes).

Op donderdagmiddag hebben we heerlijk van de zee genoten. Prachtige golven komen aanrollen, we hadden een plankje mee, zodat je met wat oefening op een golf naar het strand wordt gegolfd. En lekker ontspannen, wegens het gevaar op diefstal was Anita, bij haar en haar ouders waren we, erbij en lette op de spullen (hadden we toch een fototoestel mee kunnen nemen, maar dat hadden we niet gedaan). Ook vrijdagochtend, na de velddienst, nog even pootje gebaad, en 's middags weer terug. Hoewel we makkelijk de weg terug naar het zendelingenhuis hadden kunnen vinden (vonden wij) wilde Anita mee, en heeft ons keurig afgeleverd.

Karin kon goed merken dat in Salinas de lucht minder vochtig en drukkend is dan in Guayaquil, ook minder warm trouwens, want haar been is duidelijk minder opgezwollen.

Tot zover dit BEKNOPTE (!) (?) verslag. Tot de volgende keer! Groetjes van Ron en Karin. Karin vraagt: moeten we jullie nog vertellen dat we het héérlijk naar ons zin hebben?


Onderwerp: Ecuador verslag 3
(Klik hier voor Foto Verslag 3)

[By the Way: Dit verslag wordt verzonden naar 44 adressen, maar via BCC, zodat elkaars adressen er niet op staan]

Hallo Allemaal,

[1] Hierbij alweer ons derde verslag. Het is nu maandagmorgen 10.05 [11 december 2000]. We zijn in Machala, "de bananenhoofdstad van de wereld". In het zendelingenhuis waar o.a. Peter en Karin Verbeek wonen. Op weg hierheen barst het dan ook van de kleine en grote bananenplantages, alleen, vanuit de rijdende bus is er niet veel goeds van te fotograferen.

Nog vergeten over Salinas, bij het kat en muis spelletje, 'Finitas', toen ik weg ging vroegen ze: de dónde? Omdat ik het woord dónde hoorde, nam ik aan dat ze wilden weten waar we nu/nog naar toe zouden gaan. Dus ik vertelde: Guayaquil, Machala, Baños, Otovalo, Tena, Quito, [en daarna terug naar] a Holanda. Oh ja, nu begrepen ze het. A Holanda, si. Want ze hadden niet gevraagd: a dónde, maar de dónde, en dat betekent niet "waar ga je heen?", maar "waar kom je vandaan?". Beetje gek, dat je van 5 plaatsen tegelijk komt.

Afgelopen vrijdag eind van de middag [8 dec] kwamen we weer aan in Guayaquil. Die avond de was gedaan, bijbel gelezen, Pablo en Jessica wat geholpen met hun laptop en pc, enz.

Zaterdagochtend mee geweest in de dienst. Leuk, de velddienstbijeenkomst was in een school, die hoort bij het huis van een zuster. Dit was een kleine school, met maar één klas. Voor het huis, in de open lucht onder een afdakje, vlak langs de straat, met een hek er tussen. Op de foto zie je aan het eind het schoolbord, en rechts de kringopziener die net op bezoek was deze week in de gemeente van Pablo en Jessica. Met hun zijn we in de dienst geweest, nog een studie meegemaakt met Pablo, en Karin heeft met Jessica in de dienst een afspraak kunnen maken voor een studie. Heel leuk en aanmoedigend allemaal.

's Middags met hen naar een eetadres geweest. De zuster heeft 8 kinderen, 4 getrouwd, 1 zoon niet in de waarheid, 3 dochters zijn nog thuis. De moeder heeft 10 jaar gepionierd, mag nu wegens haar gezondheid niets meer doen, ook niet in huis, van de 3 dochters werken er twee en één pioniert en verzorgt de moeder. Jessica vertelde nog dat, omdat ze dozen nodig hebben voor de verhuizing, Pablo naar de Pharmacia (Apotheek) was gegaan waar een van de dochters werkt, en voor de Apotheek op de grond 31 dollar vond. Dat nam hij mee naar binnen, vertelde hoe hij er aan gekomen was, gaf het af. Later kwam inderdaad iemand informeren die medicijnen had gekocht. Hoeveel dollar precies? 31. En in welke biljetten? Ook dat wist de man precies, dus het geld moest van hem zijn en hij kreeg het. "God zij dank!" zij hij. (40 dollar is wel het maandloon in Ecuador!) Nee, zij de zuster die hem het geld had gegeven: ""Jehovah zij dank!" Want als uw geld niet gevonden was door een Jehovah's Getuige, zou u het nu niet teruggekregen hebben."

Pablo komt al 18 jaar bij deze familie, en Jessica sinds ze 8 jaar geleden met Pablo trouwde. Pablo is echt een broer voor hen. Een dochter werd een tijdje geleden gevraagd hoeveel broers ze had. "3". Welke broers heb je dan? Ze noemde de eerste, de tweede, en Pablo. is dat echt zo, heb je drie broers? Ik dacht dat je er twee had? Na enig nadenken merkte ze pas hoe ze Pablo als echte broer had gerekend.

's Avonds weer naar de dovenvergadering geweest. Deze keer werd de Wachttoren 'rechtstreeks' voorgelezen. Achteraf vroeg Karin de broeder hoeveel tijd er in gaat zitten zich voor te bereiden op het in gebaren vertolken van zo'n heel artikel. Daar is hij normaal een hele week mee bezig. Nu, wegens omstandigheden, 'maar' een hele ochtend en middag. Je niet voorbereiden komt niet voor.

Grappig: als doven lachen, maken ze allemaal wel geluid. Elke dove heeft zijn eigen specifieke geluid, (alleen wordt dat niet gehoord door de andere doven natuurlijk). En er is veel humor mogelijk met sign language. Je kunt lachen met gebaren. Er werd veel gelachen deze vergadering, onder andere om mijn gezichtsuitdrukking bij een bepaald antwoord. Karin en ik hebben samen drie antwoorden gegeven. En met een ontspannen sfeer zijn er ook veel geïnteresseerden die antwoord durven geven.

Aantal aanwezigen: 59 sprekenden, 24 doven. De gemeente bestaat uit 53 verkondigers, waarvan zo'n 23 doven. De gemeente bestaat nu 5 jaar, en in die tijd zijn er 11 of 12 broeder of zuster geworden. Op de foto zie je hoe een broeder die ook redelijk kan praten Karin een aantal gebaren leert.

Zondag naar een ander eetadres geweest. Een zuster die twee zusjes in huis heeft uit een gezin, alle drie pionieren ze. Ook weer heel erg genoten van de omgang en gesprekken.

Bij Pablo en Jessica zie je echt dat ze heel wat 'kinderen' hebben, en dat wie veel/zichzelf geeft veel ontvangt, in de vorm van liefde en waardering en een hechte band met mensen.

Zaterdag en zondag waren de warmste en vochtig/drukkendste dagen tot nog toe. Vandaag is het weer een stuk beter. Karins voet en been gaat ook beter. Ze vindt het nog steeds heerlijk hoe vrij ze zich kan voelen.

[2] Het is nu dinsdagmiddag 14.58 uur [12 dec]. Vanmorgen zijn we in de dienst geweest in de 'nieuwste buitenwijk' van Machala. Niet dat het er uit ziet als een nieuwbouwwijk, maar voor een groot deel is dat wel zo.

De straat is een soort 'droge rivierbedding' (behalve als het regent, dan is het een natte rivierbedding, of, als het hard regent, een rivier). Maar op de foto waar Karin aan het prediken is, zie je dat het echte, keurige huizen zijn met voor elk huis een elektriciteitsmeter. Veel huizen hebben betonnen palen waar het ijzervlechtwerk nog boven door gaat, omdat ze dan ooit in de toekomst nog eens een verdieping erboven op kunnen zetten. Huizen hebben meestal vier muren, en een dak van golfplaten met voldoende ruimte eronder voor een verkoelend briesje.

Ondanks dat de meeste mensen, en dus ook broeders en zusters, arm zijn, zien de huizen van de broeders waar we geweest zijn er ordelijk en aangeveegd uit. Zie de groepsfoto van de boekstudiegroep in Machala.

Bij een kinderopvangcentrum hadden we een leuk gesprek met degene die bij de deur de kinderen opvangt. Dat gaat rustig tussen alles door. We hebben een verlangt-brochure en de Ontwaakt! over kinderen achtergelaten. Ook in Ecuador is sinds een jaar de vrijwillige bijdragen regeling van kracht. Wereldwijd nu. Dit centrum heeft 60 jonge kinderen, van een half jaar tot vijf jaar, dus meest van of beneden kleuterschoolleeftijd (hoewel ik niet weet of ze in Ecuador kleuterscholen hebben), om op te passen. Dit is een bijzondere voorziening, de naam van de politicus die het mogelijk heeft gemaakt en daardoor hier ook populair is, staat op het gebouw.

Grappig is dat de eerste opvang van de kinderen bij de deur met een mes gebeurt, een soort broodsmeermes. Dit wordt gebruikt om de aangeplakte modder van de schoenzolen af te schrapen voordat de kinderen naar binnen gaan. Wij moesten bij de auto hetzelfde doen, voordat we instapten, met een stukje bamboehout. Het miezerde vanmorgen, en dan plakt de bovenlaag van de 'weg' op sommige plaatsen aan je schoenzolen, je schoen weegt meteen een halve kilo meer.

Opvallend is hoeveel goede gesprekken we gehad hebben, hoewel er behoorlijk veel niet thuis waren (door de kinderopvang natuurlijk). Bij minstens drie huizen de bijbel kunnen gebruiken, enz. "In Ecuador is het net zo makkelijk om over geloof te praten als in Nederland over het weer". Het is een normaal onderwerp, veel mensen luisteren op zijn minst beleefd, en in de loop van een kort gesprek zie je aan hun gezicht dat ze iets gehoord hebben dat ze de moeite waard hebben gevonden. En vertellen ze iets over hoe zij ertegenaan kijken, of stellen een vraag, enz. En, afgelopen zaterdag hebben ze ditzelfde gebied voor het laatst bewerkt! En enkele dagen daarvoor ook, en daarvoor ook...

Er zijn nu 16 gemeenten in Machala, waaronder de derde, pas opgerichte, dovengemeente van Ecuador. 6 jaar geleden, toen Karin hier ook was, waren er 6 gemeenten. Machala is een stad met ongeveer 200.000 inwoners.

Later op de ochtend zijn we wat nabezoeken wezen doen met Peter en Karin, hebben we de haven gezien waar de bananenschepen aanleggen (maximaal plaats voor 4, buitengaats liggen er dan vaak nog tot 6 schepen te wachten tot ze aan de beurt zijn), en kwamen we langs de gevangenis. Dit is interessant, want in de loop der tijd zijn er door de prediking 3 gevangenen in de waarheid gekomen. Ondertussen zijn ze alle drie vrij, maar ze komen er nog wel, om de vergaderingen te ondersteunen. Er is een compleet vergaderingprogramma, met veel aandelen door de bezoekende broeders en zusters. En ook wordt er gepredikt.

Later hebben we met z'n vieren gegeten, in een vegetarisch restaurant (Ja, dat bestaat in Machala/Ecuador). Drie gangen, vier personen, 4 dollar 80, zo'n 14 gulden met de lage Euro. Maar vergis je niet, lang niet alles in Ecuador is goedkoop! Een meloen kreeg ik niet onder de, omgerekend, 2 gulden 25; Niet-echt Italiaans ijs (in Salinas) kost wel even 2,65 per twee bolletjes, hoewel die aardig groot waren. De 'echte' Italiaan was nog duurder, maar ging net dicht toen we kwamen, en wilde niet nog even open voor ons. Voor huizen/apartementen, waar onze zendelingen in Guayaquil nu naar op zoek zijn, wordt in het centrum van Guayaquil tot 2000 dollar per maand voor gevraagd! Dat is in Machala, een veel kleinere stad, een stuk goedkoper. Het apartement waar de vier zendelingen hier zitten is net in prijs verhoogd, en kost nu 100 dollar per maand. En heeft daarvoor een grote keuken, twee 'woonkamers' en slaapruimte en 'badkamer' voor de zendelingen, een gezamenlijke ruimte om gasten te ontvangen en gezamenlijk te eten, een ruime extra kamer waar Karin en ik nu slapen, en, als dienst van de verhuurder, een garage voor 1 auto.

Hallo! Hier even een paar woorden van Karin. Ik ben heel blij dat Ron zo trouw een verslagje bijhoudt. Er gebeurt iedere keer zo veel. Het is zo'n verademing voor mij om me hier veel lekkerder in m'n vel te voelen. Ik heb net geprobeerd een vroeger nabezoek te vinden van Barbera, een van de zendelingen hier. 6 Jaar geleden heb ik deze vrouw met haar ontmoet bij een soort marktstalletje. Barbera kan het zich niet herinneren dus ik heb m'n best gedaan haar te vinden. Waarom? 6 Jaar geleden heb ik ondanks m'n zeer beperkte Spaans, met de hulp van m'n dictionary en bijbel, die vrouw wat aanmoediging kunnen geven. Ze was me toen zo dankbaar dat ze me een armband van haar marktstalletje gaf en een kaartje. Kunnen jullie je voorstellen hoe bijzonder ik het had gevonden als ik haar opnieuw had kunnen ontmoeten? Helaas! Ik heb haar niet kunnen vinden. Zo staan er nog meer personen op m'n 'verlanglijstje' dus ik ben heel benieuwd of ik hun wel opnieuw kan ontmoeten.

Karin Verbeek en ik hebben vanochtend ook heel leuk gewerkt. We hebben verschillende leuke gesprekken gehad. Met alle drie de personen waar ik mee gesproken heb, heb ik verschillende teksten kunnen lezen en bespreken, en een gedeelte uit de rq brochure of nieuwe wereld traktaat kunnen lezen. (Dit lijkt hier de normaalste zaak van de wereld te zijn.) Twee van hen waren jonge meisjes van ongeveer 16 en 12 jaar oud. Ondanks dat ze wat verlegen waren, was het heel leuk hun reakties op de bijbelteksten te zien. Het meisje van ongeveer 16 bleek de brochure al te hebben. Bij het meisje van 12 heb ik het traktaat achter gelaten en de vrouw waarmee ik gesproken heb wilde graag de brochure lezen. Omdat Peter en Karin er geen studies bij kunnen hebben (ze hebben zo'n 12 tot 14 bijbelstudies en ze bezoeken ook de schepen), heb ik de adressen aan een andere zuster doorgeven om met hun, hopelijk, te gaan studeren.

De broeders en zusters hebben hier speciale etuis gekregen, waar de huisbewoners hun eventuele donatie in kunnen doen voor het wereldomvattende werk. Heel prettig want op die manier hoeven ze het niet eerst aan ons te geven waarna wij het in een envelop of iets anders doen.

Ik denk er ineens aan hoe jammer ik het vind dat ik niet nog een speciaal voor de doven gemaakt kl boek of rq brochure heb kunnen bekijken en fotograferen. Deze worden gemaakt met plaatjes uit de lektuur, en andere knipsels, met daarbij korte zinnen en bijbelteksten. Dove mensen kunnen over het algemeen moeilijk lezen en begrijpen wat zij lezen. (Om een voorbeeld te noemen. We hebben Esperanza onze foto gegeven en daar wat teksten op geschreven. Ze ging de teksten gelijk opzoeken en vroeg aan Nicky om de kernwoorden te onderstrepen, waarna Esperanza de kernwoorden in sign language voorlas.) Hartverwarmend om te zien hoeveel moeite er wordt gedaan om hen te helpen!

Na de velddienst zijn we tussen de middag ook nog even bij een stoffenzaak geweest waar een jong zusje, Sully, werkt. Wat was het leuk om haar na 6 jaar weer te zien! Toen was ze een meisje van 13 en nu een jonge vrouw van 19. In de winkel troffen we ook Rosillo, de dochter van de broeder die de eigenaar van de zaak is. Rosillo hebben Gea en ik 6 jaar geleden in Machala ontmoet. Zij is net voordat wij in het zendelingenhuis in Guayaquil kwamen met haar man in het zendelingenhuis komen wonen. Zij behoren tot de bouwploeg. Rosillo herkende me daar toen meteen. Gea en ik hebben bij haar achterop zo'n waterscooter gezeten 6 jaar geleden. Ze is nu een weekje in Machala om haar ouders te helpen. Terwijl we in de stoffenzaak waren, zagen we ook de dochter van een familie waar we met Peter en Karin 6 jaar geleden gegeten hebben. Even later kwam er een oudere zuster langs lopen die ik graag weer wilde zien. Toen ik naar haar toe rende -ze herkende mij ook met blijdschap- en haar omhelsde, begon ik spontaan te huilen. Deze tranen kwamen net zo onverwachts als toen het vliegtuig opsteeg in Amsterdam, en ook toen ik uit het vliegtuig in Guayaquil stapte en de trap naar beneden liep. Toen ik uit het vliegtuig kwam, was het enige waar ik aan dacht : I'm back home. Ja, heel veel emoties die ik moeilijk onder woorden kan brengen. Ik ben Jehovah zo dankbaar dat we hier nu zijn. En het is gewoon zo heerlijk dat ik me hier zo goed voel.

[3] Dank je Karin! En nu is het donderdagmiddag [14 december 2000], ondertussen zijn we in Baños. Gisterochtend zijn we in Machala in de velddienst geweest, en hebben daar opnieuw heerlijk gewerkt. Karin met een zuster die elkaar nog goed kenden van 6 jaar geleden, en ik met een Spaans sprekende broeder. Zo was er een moeder die buiten druk was met de was, en zoiets zei van: 'praat maar tegen mijn zoontje, ik ben nu druk'. En dat zoontje van ongeveer 10 of 11 jaar komt naar ons toe, we bieden het een traktaat aan en laten hem twee teksten (voor)lezen die in het traktaat worden aangehaald en die hem zouden kunnen aanspreken. Bij ons worden kinderen van tien bij ons / bij de deur weggehaald alsof we iets aanbieden dat erger is dan harddrugs.

Een jonge man was bezig de vloer te schrobben van een soort overdekt biljartcafé, had ons gezien bij het vorige huis, en nodigde ons 'binnen', ondanks de modderpoten die we hadden, en liet ons op een bankje zitten. Heel vriendelijk allemaal. Bij het kiezen welk aangeboden traktaat (elejir, por vavor; kiezen, alstublieft) hij wilde koos hij, net als heel velen hier, voor het traktaat over een gelukkig gezinsleven. We konden hem vertellen, met behulp van de trouwfoto van Karin en mij van, op die dag, 1526 dagen geleden, dat wij van te voren bestudeerd hebben wat de bijbel voor praktische hulp en ideeën biedt over een gelukkig gezinsleven, en dat dat de voornaamste reden is dat we nu zo gelukkig zijn met elkaar. Dat de bijbel niet alleen een boek is voor de toekomst maar juist ook voor nu. hij luisterde heel geïnteresseerd, enkele bijbelteksten werden besproken, en kreeg de rq brochure van ons, en bij het weggaan bedankten we hem voor zijn gastvrijheid, en dat ondanks onze vieze schoenen. Nee! Hij bedankte ons dat we bij hem waren geweest en die lektuur van ons mocht ontvangen.

En nog een derde: een vrouw bleek al aardig wat te weten, en ze vertelde hoe dat kwam. Ze had nog nooit bijbelstudie gehad, maar elke keer als er Getuigen kwamen luisterde ze een paar minuten naar het verhaaltje dat op dat moment werd verteld. Meer tijd had ze niet, vond ze, maar zo leerde ze toch bij elkaar aardig wat. Grappig he?

Even wat anders. We hebben een tijd zitten bekijken of we met de trein richting Baños konden gaan, want een gedeelte van die treinreis gaat slingerend en afdalend langs berghellingen, en dat en het uitzicht moet allemaal heel mooi zijn om te zien. Maar nergens is informatie te vinden. Misschien moet Joris, die dit verhaaltje ook leest, eens hier naar Ecuador om een openbaar vervoer telefonische informatie dienst op te zetten. Alleen zal Joris dan eerst nog wel heel wat meer op moeten zetten en organiseren, denk ik. Er zijn hier coöperaties, en ieder die een bus heeft kan daar lid van worden. Elke coöperatie heeft meestal maar één bestemming. De bussen onder die naam gaan dus allemaal heen en weer tussen dezelfde plaats, een andere coöperatie naar een andere plaats, enz. En elke klant die betaald is geld voor die specifieke bus[eigenaar].

Er zijn behoorlijk wat bussen, treinen rijden bijna niet, en meestal is iemand eigenaar van een of twee bussen die zijn bron van inkomsten vormen. Behalve de chauffeur zit er op de bus een 'conducteur', vaak een wat jongere man, en overal waar mensen langs de weg of op het trottoir lopen die misschien met de bus willen, wordt de plaats van bestemming geroepen: "A Salinas, a Salinas!" Of: "A Baños, a Baños! En zo komen er heel wat klanten in de bus. Want die heeft geen halte, maar stopt elke keer waar iemand maar wil instappen. Dus: je hoeft niet te rennen om op tijd bij de halte te komen. Bij het uitstappen net zo. De bus stopt op een meter nauwkeurig op de plaats waar jij graag wilt uitstappen. Dát is nog eens openbaar vervoer. En het is echt 'vervoer'. Ook vrachten gaan mee, complete bedden als het moet, want de bus is voor 90% het enige transport dat er is.

Nadelen? Nou, om aan klanten te komen moet je, op een drukke lijn, vooral in de stad/steden zelf, wel als eerste bij de klant zijn. De meeste chauffeurs rijden dus niet op een manier die past bij het comfort van de passagier. Daar hebben ze echt nog nooit ook maar aan gedacht, dat dat ook nog zou kunnen. Het is optrekken alsof het een wedstrijd is (is het ook), en óf volgas óf vol remmen. En de wegligging van een bus in de bocht is hier ook heel behoorlijk, hebben we gemerkt. Omdat het overal druk is, scheelt het op een flinke afstand misschien net een minuutje, en is er meestal gewoon niet de ruimte om gevaarlijke dingen te doen. Inhalen voor niet voldoende overzichtelijke bochten gebeurt (vaak genoeg), maar de weg is breed genoeg voor drie voertuigen als het nodig is. En bij lange afdalingen ruik je de remmen nog wel eens. Zeker weten dat als ze economischer zouden rijden, de materiaal en brandstofkosten een stuk zouden dalen. Maar dat past niet bij het image van snelle jongen waar blijkbaar iedere chauffeur van houdt. Maar we hebben nog geen situatie meegemaakt dat we het te veel risico vonden. Oh ja, en nog iets, een deel van de oplossing van het fileprobleem: Een rijbaan in de stad die in Nederland breed genoeg is voor drie auto's en/of bussen, is hier breed genoeg voor vijf. De spiegels zitten heel kort bij de bus, en het past allemaal.

De trein blijkt gevaarlijk te zijn. We dachten eerst aan onveilig materiaal, maar dat is het minste. Een Nederlandse zendelinge in Guayaquil die we vanuit Machala belden of zij er iets over wist, wist er wat over. De laatste keer dat zij was geweest, haar broer was toen over, hadden ze het eerste stuk met de bus genomen. In Buscay, waar ze op de trein stapten, bleek die net daarvoor overvallen te zijn. Mooi dus, dat is hun niet overkomen. Maar ze had net twee pioniersters op de kamer die vertelden dat de trein nog steeds regelmatig wordt beroofd, tenminste, de passagiers. De enige manier van vervoer van Machala enz. [het zuiden van Ecuador] naar Ambato, Quito, Baños, enz. [het noorden en bergachtige deel van Ecuador] is met de nachtbus. Alle andere bussen stoppen overal, en worden af en toe beroofd. De nachtbus rijdt zonder tussenstops in een keer door, en heeft een toilet aan boord.

[4] Dat betekent wel dat je voor een reis naar Ecuador op drie jetlags moet rekenen i.p.v. de gebruikelijke twee. Bij aankomst, bij terugkeer, en na de nachtbus. De stoelen zijn echte slaapstoelen, die ver achterover kunnen. Heel goed. Maar de afgrijselijke video die vertoont wordt, met bloed en geschreeuw en ander vervelend lawaai, echt hard, houdt je wel van de slaap. En de rit is niet 'snelweg comfortabel'. Het is een weg met bobbels, drempels, gaten, bochten, die allemaal in het donker pas laat gezien worden, en jullie kennen ondertussen de robuuste manier van rijden. Acht uur rijden, misschien was het 350 kilometer. Dus gemiddeld zo'n 45 km/uur. Vanaf Ambato met een andere bus naar Baños, naar hetzelfde hotel waar Karin 6 jaar geleden heeft gelogeerd. Helemaal goed, geschikte kamer, niet te duur, we kregen zelfs korting omdat we 'pastores' zijn, want ze kende Karin nog! Wat een goede reputatie al niet doet!

Vandaag naar allerlei plekjes geweest, Karin heeft de fotograaf in het park ontmoet waar ze 6 jaar geleden lektuur bij heeft achtergelaten. Een hele leuke man, inmiddels 75 jaar en 55 jaar in het vak. Yoghurt, Papaya, bruinbrood, meloen, muesli, bananen en water gehaald op de overdekte markt. Maar wat is Baños totaal anders dan we tot nog toe gezien en waar we geweest zijn. Veel meer het gevoel 'op visite te zijn', hiervoor was het: 'je bent een deel van'. Dat komt vooral omdat Baños heel erg toeristisch is. 'Alle' buitenlanders gaan hier naar toe, en slenteren door de straten, doelloos op weg naar iets dat ze nog moeten vinden. Heel anders dan alles hiervoor. Het is [deels] net alsof je niet in Ecuador bent, maar in Oostenrijk of zo (vanwege de bergen en de toeristische sfeer).

Ook nog iets bijzonders gedaan: het modderbad van Machala kleefde deels nog aan mijn schoenen, en zowaar, een schoenenpoetser zag me en wees naar mijn schoenen! Zie foto. Karin's schoenen zijn nu ook weer mooi glimmend zwart.

Vanavond zijn we naar de vergadering geweest, en ook dat was niet hetzelfde dan we tot nog toe in Ecuador hebben gezien. Wel heel ontroerend voor Karin te zien dat een jonge broeder die van zijn vader veel tegenstand had te verduren zich daar heel fijn doorheen had geslagen en nu als schooldienaar diende (met zijn 23 jaar). De gemeente was in de afgelopen 6 jaar juist niet gegroeid. Veel mensen zijn de afgelopen jaren uit Ecuador vertrokken wegens economische redenen, en dat was hier heel sterk te zien. Ook onder de broeders en zusters hier in Baños. De gemeente heeft 30 verkondigers. Wel 4 pioniers.

En maar heel weinig broeders die onderwijstaken op zich konden nemen. De broeder die de instruktielezing hield deed ook lezing 4, en werd daarbij keurig beoordeeld door de schoolopziener. De schoolopziener deed lezing 2, de mededelingen met de dienstvergadering, en het laatste aandeel van 20 minuten. En de broeder die het bijbeloverzicht behartigde had ook het tweede aandeel met de dienstvergadering. Drie broeders, blijkbaar alle drie dienaar in de bediening, behartigden het hele programma. Als je bedenkt dat je op de MTS (Ministerial Training School) gemiddeld elke dag een aandeel hebt, zitten deze broeders over de helft.

Er werd nog om ervaringen gevraagd, ik heb mijn vinger opgestoken, gezegd "non habla Espanol" en mi esposa (mijn vrouw) het wel kan vertalen, en zo is die ervaring (prediken tot je naaste buren en mensen die je kent, vertelde ik iets over) verteld. We hebben afgesproken voor de velddienst zaterdagochtend.

Na de vergadering zijn we gaan eten. De bedoeling was het tentje waar je voor 1 dollar 40 kunt eten, met muziek van een indiaans bandje, waar Karin 6 jaar geleden ook had gegeten en het heerlijk (muziek en eten) had gevonden. Vanavond bleken ze niet te spelen, er werd een videofilm vertoond. toen zijn we ergens anders naar toe gegaan. Er bleek binnen gerookt te worden, niet je van het, de eigenaar begreep het en nodigde ons uit buiten te gaan zitten. Goed idee, daar stond nog een tafel en het was niet te koud.

Sorry, dat nog niet gezegd, maar het is hier echt een stuk koeler dan Machala, Guayaquil, enz. Door de hoogte merk je niet dat je op de evenaar zit. We hebben het hier al behoorlijk koel gehad, vooral uit de zon, en als het een beetje waait. Ik heb nu dezelfde kleren aan als toen we uit Nederland vertrokken, trui, dikke sokken, enz.

Oké, terug naar het etentje. Toen we buiten gingen zitten kwamen er juist een paar jongens langs die bij zo'n indiaans bandje horen. Ik zei tegen Karin: Zal ik ze vragen of ze voor een dollar hier voor ons willen spelen? Ik had geen losse dollars meer, een van Karin gekregen en ze achterna gelopen. 'Mi esposa musica mucha amore bueno si' pour [dat is Frans] un dollar, si? Zij vroegen: waar? en ik wees ze naar de tafel een stukje terug. Si, dat was goed. En wat hebben ze een prachtig stukje muziek gespeeld! Heerlijk en mooi. We hebben er alle twee van genoten, maar vooral voor Karin, met al haar herinneringen, is zoiets heel ontroerend. Zie foto van het bandje, niet scherp, maar in het echt was het al donker, vandaar.

Na twee lange muziekstukken hebben we ze twee brochures in het Spaans, een traktaat in Quicho (Indianentaal van richting de Amazone) en anderhalve dollar gegeven. Leuk detail: toen ze de lektuur zagen lichtten hun ogen op. Een jongen kwam nog terug toen hij door had dat het traktaat in het Quichwa was, dat kon hij een beetje, en heeft toen de titel voor ons vertaald in het Spaans. Mooie gezichten hebben veel van die mensen trouwens, en prachtig om ze te zien en horen spelen, vooral zo pal voor je neus.

Zo, ondertussen is het 23.22 uur donderdagavond. Welterusten! Morgen gaan we de vier grootste watervallen hier in de buurt langs, en 's avonds misschien nog een nachtelijk uitzicht over de vulkaan en over de stad.

[5] Ja hoor, enkele bijzonder mooie watervallen gezien. En onderweg/tussen verschillende keren lektuur kunnen aanbieden/achterlaten. De meest indrukwekkende waterval is de 'kookpot van de duivel', die blijkbaar zo genoemd wordt omdat de waterval zich met geweld in een soort kom stort, die dan behoorlijk 'kookt'. Ook nog kennis gemaakt bij de verfrissingstand met Lucas. Een bijzonder soort, heel leuk. Hangt met gemak aan een plantenstengel boven de afgrond, of zwiept aan een tak heen en weer om zo net bij een blaadje van weer een andere plant te kunnen die hij lekker vind. Aangenaam gevoel om hem een hand te geven.

Op de terugweg liet een bus ons staan omdat'ie te vol was, maar een klein vrachtwagentje kwam langs en daar konden twee oudere indiaanse vrouwen die Karin net lektuur had gegeven en wij bij in. Dat is veel leuker dan de bus! Geen gescheur, mooi uitzicht als je staat, minder stof, en nog een beetje klimmen ook, als je daar zin in hebt. Dan zie je ook hoe krap de weg op sommige plaatsen is. De rotsen zijn net voldoende uitgehouwen om er met de bus door te kunnen, zowel naast als boven een bus past het soms maar net. Dat was een leuk ritje terug naar Baños. Ik ben alleen bang dat er weer aardig wat foto's door de strenge controle zijn gekomen om meegestuurd te worden. Dat kost wel even downloadtijd van jullie, sorry daarvoor, maar geloof me, het kost veel meer tijd om te versturen. Er was bij Machala één verbinding die maar liefst een top van 33K6 had, maar ik heb ook al 1400 Kb (!) gehad, en 14K4 is al heel aardig.



Ecuador verslag 4
(Klik hier voor Foto Verslag 4)

Hallo lieve vrienden,

[1] Zondagavond 21.38 uur [17 december 2000]. We genieten nog na van een etentje in Baños, in hetzelfde eethuisje waar Karin seis años pasado (6 jaar geleden, 6jg; een uitdrukking die we maar moeten afkorten omdat die zo vaak terugkomt) geweest is, en waar toen de 'beste' indiaanse folkloremuziek werd gespeeld. Net toen we weg wilden gaan, kwam er nog een bandje waar we met plezier naar geluisterd hebben.

Daarvoor hebben we ansichtkaarten gekocht, tegenwoordig is het, tenminste in de streken waar we tot nog toe geweest zijn, niet meer zo dat je enorm moet afdingen. Veel prijzen, ook van bijvoorbeeld fruit en groente, staan min of meer vast. Internet cafés hebben hier in Baños ook allemaal prijsafspraken gemaakt, enz. Wel een stuk duidelijker allemaal. We hebben meteen voldoende kaarten aangeschaft voor 'iedereen', let wel, 'iedereen' is meestal behalve degenen die deze mail ontvangen. Die hebben zo'n kaartje toch niet meer nodig? Op 250 stuks konden we nog wel een flink stuk korting bedingen, en deze winkel had de uitgebreidste sortering die we tot nog toe gezien hebben.

Nog iets over geld: als je ooit in Ecuador komt, veel derde wereld landen zullen wel overeenkomen, zorg dan dat je gepast geld hebt, en in ieder geval geen biljetten. Als ze een dollar biljet in handen hebben, 'ze' is dan de bus 'conducteurs', taxi's, en andere vervoerders, denken ze meteen dat het van hun is/jij het toch over hebt. En zie dan maar dat je je wisselgeld krijgt. Niet simpel. Meestal vraag ik van te voren: quanta costa, en als ik het er niet mee eens ben lach ik vriendelijk, en vertel hoeveel ik van plan ben te betalen. Eventueel onder toelichting waarom. En als ze oneens blijven, geef ik ze wat ze horen te krijgen (zie je: gepast) en leg het neer/stop het in hun hand.

Iets anders. Eergisteren, vrijdag, was er feest in de stad. Zoveel jaar dat Baños een kanton was. En op zaterdag allemaal optochten door de stad, meest scholen die meedoen, leerlingen van alle scholen lijken in Ecuador oefeningen te hebben voor zulke gelegenheden. We hebben tenminste al heel wat leerlingen op straat voor het schoolgebouw zien oefenen, in Machala, Salinas, Guayaquil, allemaal in keurige schoolkostuums, met trommels en ander spul, en van die stokken met pluimen, enz. Vrijdag 's avonds is er dan heel wat te doen, en wordt er vooral ook veel gedronken. Een sociaal probleem in dit land. Trouwens, jonge schoenpoetsertjes snuiven lijm in het park, tenminste in Machala werd ons dat verteld.

Zaterdagochtend waren we in de velddienst, en de zuster met wie ik werkte vertelde dat er op heel wat plaatsen in Baños bloed op de straat te zien was als gevolg van het teveel aan drinken en de (auto)ongelukken die dan gebeuren. Over het algemeen geloven de bestuurders, wat een nadeel is; ze geloven dat als je maar bidt tot je beschermheilige of moeder Maria, je niets zal overkomen. Dat je zoiets zelf in de hand hebt is meestal nog niet in ze opgekomen.

We hebben ook wat meer details gehoord over de vulkaanuitbarsting en hoe het daarna gegaan is. De lava en de meeste uitstoot is aan de 'goede' kant van de vulkaan geweest. Baños heeft wel een asregen gehad, en is geëvacueerd, maar er is veel minder gebeurt dan men verwacht had. En hoewel de vulkaan nog wel werkt, zijn na vier maanden de eerste bewoners weer teruggekeerd, en nu, na ongeveer een jaar, zijn er weer 18-19.000 bewoners, bijna zoveel als er geweest waren. En de toeristen zijn weer terug. Ze hopen hier dat januari tot en met april, het grote toeristenseizoen, het weer als vanouds zal zijn.

[2] Opvallend is de grote afwezigheid van militairen in Baños. Toen de bewoners van Baños moesten evacueren was er bewaking nodig, zodat hun bezittingen niet gestolen zouden worden. En de militairen bleken de grootste dieven te zijn. En kunnen/mogen hun gezicht niet meer laten zien in Baños. Ondertussen zijn er weer 18-19.000 bewoners. Bijna als vanouds. En het weekend dat wij er waren begon het toerisme weer goed op gang te komen.

Door alle problemen is er maar een kleine gemeente van Jehovah's Getuigen overgebleven. En wordt het gebied in de stad net 2 maal per jaar bewerkt, en het buitengebied eens per 2 jaar! Even wat anders dan wat we hiervoor hebben gezien. Ook zijn er behoorlijk wat inactieven, die zich door de problemen hebben laten afleiden van geestelijke zaken en hun aandacht hebben gewijzigd.

Iets speciaals was de zaterdag vergadering. Omdat er maar drie broeders in de gemeente zijn die een enkele keer een lezing houden, en er hoogst zelden gastsprekers (kunnen) komen, is er boekstudie gevolgd door de wachttoren studie. Als er een enkele keer een lezing is, worden de boekstudie en Wachttorenstudie ingekort tot elk een half uur, door de paragrafen niet te lezen. grappig hé?

Toevallig was er net in het weekend dat wij er waren een "get together" (gezellige bijeenkomst) door de gemeente georganiseerd. Daar hadden wij wel zin in, om dat ook eens mee te maken. En het was heel leuk. Jong en oud was er, in een soort ruimte die van een zuster is, die aardewerk en andere spulletjes verkoopt. Er werd gevraagd wie spelletjes wist, leuk en onschuldig vermaak. Er was een echte stereo installatie, en er werd verschillende keren gedanst. Ook door oudjes, alsof ze jong zijn. Wat we heel ontroerend vonden is hoe er voor eten en drinken was gezorgd. Diegenen die dat konden hadden wat meegenomen, dus er waren enkele flessen cola, een pak koekjes, kaas, zelfgebakken cake en een soort hartig hapje, en een pak wijn.

Echt niet veel in totaal, maar er was een bord voor iedereen, alles wat er was werd verdeeld over alle bordjes, en zo had iedereen een paar kleine stukjes kaas, 1 koekje, een paar stukjes vlees, enz. En voor het drinken waren er hele kleine plastic weggooi bekers, inhoud ongeveer één vierde van onze soort, en daarin werd 1 cm (niet overdreven, het was eerder 8 millimeter) wijn gedaan, zodat iedereen iets had aan het pak wijn dat meegenomen was. Of je kreeg 6 centimeter cola. Leuk hè?

En iedereen was tevreden, en had een heerlijke avond. Waarbij het goed te zien is hoeveel harmonie en ondersteuning van elkaar er is.

Zo, dat was de zaterdag. over de zondag is minder te melden, behalve iets zeer wenselijks: de eerste keer in Ecuador dat we niet vroeg zijn opgestaan. Wat leuke dingen gedaan in de stad, (en minder leuk, het versturen van de foto's behorend bij verslag 3 ging de mist in, niet meteen, maar na de nodige uren werk in allerlei internet café's). En daarmee zijn we aan het begin van dit verslag, zondagavond 21.38 uur (nu is het maandagmiddag 17.51 [18 december 2000]).

En die zondagavond gebeurde er nog iets interessants. Het begon toen we bij het hotel wilden afrekenen, zodat we maandagochtend vroeg konden vertrekken. We kregen inderdaad een behoorlijke korting van de eigenares, omdat we 'Pastores' waren. We namen afscheid, bedankten iedereen, en gingen naar onze kamer.

Op de kamer bedacht Karin dat ze de eigenares nog een brochure wilde geven als afscheid. Dus ging ze nog even naar hun kamer, zij hebben zelf een kamer in het hotel. En daar vertelde de eigenares dat ze nog met Karin had willen praten, maar te druk was geweest. Ze begon te huilen, en vertelde dat haar zoon van 28 een half jaar geleden een ongeluk had gehad en was overleden. Sindsdien was ze depressief, en had het leven voor haar geen zin meer. Karin gaf haar een warme hug, en luisterde, o.a. naar het idee dat het Gods wil was geweest en dat ze daar in moest berusten. Karin vertelde dat zoiets volgens de bijbel helemaal niet Gods wil is, en hoe het dan wel in elkaar zit, en vertelde iets te willen halen voor haar. Ze ging een brochure in het Spaans halen, "wanneer een geliefde sterft" en het traktaat over hoop voor de doden. Ook vertelde ze dat ze zelf een vriendin heeft in een zelfde positie, en dat er een woord voor is wanneer je man of vrouw overlijdt, of je vader of moeder, maar niet voor als je een kind verliest in de dood. En verder gaf ze de Wachttoren van 1 november van dit jaar met de levensgeschiedenis van haar opa, als iets persoonlijks erbij.

De vrouw was heel blij met de troost en met de lektuur. En Karin dat ze dit heeft kunnen doen, en dat de vrouw er over praatte. De volgende ochtend bij het vertrek zagen we haar man, die nu wist van het gesprek. Hij liet de Wachttoren zien, blijkbaar had zijn vrouw de brochure al meegenomen om te lezen, en zij dat hij het beslist zou lezen. Ook hem konden we een warme hug als afscheid geven.

Zo werd de zondagavond toch nog laat. Maandag was de reis naar Tena. Eerst nog 's ochtends vroeg naar de bakker geweest, want deze heeft, uitzonderlijk, bruin brood. (En ook muesli trouwens, met zulke harde stukken, bleek, dat ik een stukje van een voortand moet missen). We hadden een hele goede chauffeur, keek wakker uit zijn ogen, reageerde beheerst en accuraat op wat er op de weg gebeurde. Langzaam zie je het landschap veranderen in iets wat een beetje tropisch/jungleachtig overkomt. Met af en toe, heel even, te kort om er iets mee te kunnen doen, een prachtig vergezicht van glooiende heuvels, met stukken groen 'gras'land en palmen en bergen, in verschillende lagen achter elkaar.

Eind van de middag kwamen we in Tena, waar in het seizoen veel toeristen naar toe komen om de jungle te voet in te trekken of te 'raften', dus met een boot/vlot iets van de jungle te zien. Hier reden de meeste 'ideale velddienstauto's' (meest als taxi). Dubbele cabine, met pickup gedeelte, zodat je met 5-6 personen op echte stoelen en nog 8-12 personen in de bak op weg kunt. Maar dan wel liefst met 4WD (vier wiel aandrijving) en extra hoog op de veren staand, i.v.m. het doorwaden van riviertjes en natte stukken weg. Dan kun je overal in je gebied komen. Of als je met 2 personen bent kun je veel bagage op de achterbank meenemen, zodat het op slot kan. Een broeder vertelde dat deze auto's blijkbaar nergens anders in deze uitvoeringen te koop zijn, ook niet in de USA en Japan, waar ze wel vandaan komen (Mitsubishi L200 4WD; Chevrolet Luv; Toyota Hilux met grote plastic zijraam screens zodat je raam open kan zonder stof te happen, hoewel airco daarbij natuurlijk nog beter is; Mazda B2500 4WD; Hyundai H100. Dat zijn ze zo'n beetje).

Elke (dat is haar naam) heeft ons heerlijk ontvangen. Ze woont in een huis van een zuster die op Bethel dient als verpleegster. We hebben nog een flinke wandeling gemaakt 's avonds om de omgeving te verkennen. Met mooie uitzichten van bergen in de verte. Even de koninkrijkszaal bekeken, en bij verschillende broeders en zusters langs geweest die er 6jg ook waren. En dat was natuurlijk een heerlijk weerzien! Hoewel hier best wel veel brs. en zrs. komen, als ze ergens in Ecuador familie of vrienden bezoeken willen ze daarna ook nog graag een stukje van de jungle zien, weet meestal iedereen nog wel wie Karin is (was jij niet diegene die vrachtwagen rijdt?).

Ecuador is grofweg verdeeld in drie gebieden: Kust, Provinciën en De Oriënt, zoals ze dat noemen. Aan de kust zijn de grote steden, zoals Guayaquil en Machala, in het binnenland, met veel berggebied, heb je de grote stad Quito, en het oostelijk gedeelte is het junglegebied, en dat noemen ze De Oriënt.

Dinsdag zijn we vooral veel in de velddienst geweest, met Elke mee naar het dorpje Archidona, waar een groep is die in maart of zo een gemeente wordt. Veel mensen zijn bijzonder vriendelijk, verlegen, en hebben belangstelling voor het tot zich nemen van (bijbelse) kennis. Alleen het toepassen daarvan blijkt niet zo makkelijk voor ze te zijn, er zijn er niet veel die echte stappen doen om er naar te leven. En daardoor missen ze natuurlijk een heleboel.

We hebben gegeten bij zusters waarvan er één tien jaar geleden de enige Getuige was in Archidona, terwijl er nu zo'n 23 verkondigers zijn. Heel bijzonder voor haar om te zien.

Onderweg in de bus hadden we het er met Elke (Elke is van Duitse afkomst, uit het zwarte woud, en is hier gekomen om te dienen waar de behoefte groter is) over dat het toch bijzonder is hoe makkelijk en verdraagzaam iedereen met elkaar omgaat. In de bus, of waar dan ook, niemand staat op zijn strepen, of wil een 'eilandje van ruimte' om zich heen. Bijvoorbeeld, als iemand in de bus de krant leest is het prima als anderen meelezen, met z'n drieën naast elkaar. Of als de buschauffeur net op tijd stil staat, en de tegenligger ook, omdat op die plek net na de bocht geen ruimte is voor twee naast elkaar, gaat de buschauffeur zonder enige ergernis achteruit totdat er wel ruimte is. het gaat allemaal zo makkelijk. Elke was dat ook opgevallen (natuurlijk), en vertelde dat ze bijvoorbeeld wel eens had gevraagd te logeren bij een gezin met 4 kinderen die in een 'huis' wonen met in totaal 1 kamer. Ze was benieuwd hoe ze dat doen. Want ouders en kinderen slapen allemaal in die ene kamer, en de buren en ook de buren aan de andere kant hebben, zoals gebruikelijk, tussen de zijmuur en het gietijzeren golfplaten dak een flinke ruimte. Handig voor frisse lucht (en stof), maar je hoort ook alles wat er bij de buren gezegd wordt. Maar ze merkt dat het gewoon gaat, iedereen gaat rustig met elkaar om, accepteert de beperkingen, en er is geen probleem. En dat zou heel goed de "opleiding" kunnen zijn waardoor bijna iedereen in Ecuador zo makkelijk in de omgang is. Ze zijn het gewend niet in ruimtelijke luxe te leven, en daardoor letterlijk maar juist niet figuurlijk op elkaars tenen te staan. En er is niemand die zich daaraan stoort. (Wat zal dat wennen zijn als we weer in Nederland zijn. Dan zul je waarschijnlijk pas goed kunnen merken hoe iedereen zijn ruimtelijke 'rechten' verdedigd, hoeveel er gemopperd wordt over dingen die niet de moeite waard zijn, en hoe sterk iedereen geïsoleerd is van de ander. Wel meer luxe, maar zeker niet meer geluk en tevredenheid!)

In de velddienst werkte ik met een broeder, Marcello, die gelukkig een tijdje in de States was geweest en daardoor konden we wat meer met elkaar praten dan ik de laatste week gewend was (In Guayaquil en Machala waren zendelingen die Nederlands of Engels konden praten, maar in Baños is het alleen maar Spaans). Bij een houten krotje zagen we een tandenborstel op de 'veranda' liggen, van het merk Oral B. Grappig hoe allerlei merken wereldwijd bekend zijn. Ik vertelde hem dat dat vooral opgaat voor Coca Cola (en MacDonalds kent iedereen, maar is [nog] niet overal). Dat is echt overal. Daar had hij nog een leuke ervaring over.

Bij het bewerken van een behoorlijk geïsoleerd stukje gebied hadden ze eerst drie uur moeten rijden over bijna onbegaanbare wegen. Daarna nog drie kwartier lopen, door dikke lagen modder soms, waar je zonder rubber laarzen behoorlijk zwart van kunt worden. En ze hadden nog geen huis gezien. Waren er eigenlijk wel huizen in dit gebied? Toen kwamen ze een eerste huis tegen. Volkomen geïsoleerd van alles wat er maar is, zo leek het. Maar wat zagen ze? Een klein rond schildje, als uithangbord: 'Hier is Coca Cola'! En nog gekoeld ook. Er stond, in dit afgelegen gedeelte, een koelkast. Natuurlijk was er nergens elektriciteit, maar de koelkast liep op gas(flessen). Je begrijpt hun verbazing.

En over de gedachte: "Coca Cola is everywhere" zie Marcello: er is iets dat nog meer overal is. De Getuigen. Daar had ik nog niet aan gedacht. maar het is waar. De bekende cartoon van iemand die met zijn laatste inspanningen een nog niet beklommen bergtop bereikt, met zijn handen de bovenste rand omklemt, zich ophijst om zijn hoofd over de rand te kunnen steken, en daar opgewacht blijkt te worden door een glimlachende Getuige die hem de Atalaya (Wachttoren) aanbiedt.

Marcello vertelde hoe hij in de waarheid gekomen is, 9 jaar geleden. Zijn moeder had studie, en wilde na een tijdje graag dat hij ook studie zou nemen, maar dat wilde hij niet. Op zich was hij niet tegen, maar hij zag alle Getuigen in de velddienst gaan, en dat wilde hij zeker niet gaan doen. Dus hield hij de boot af. Heel doeltreffend zelfs, op een gegeven moment probeerden 3 broeders met hem te studeren, maar hij was er goed in ze te ontwijken. Later heeft hij inderdaad een paar maand studie gekregen, maar toen ging hij op zichzelf wonen en was het weer afgelopen. Tijdens het op zich zelf wonen zag hij op een gegeven moment duidelijk het verschil tussen zijn leven die paar maand dat hij studie had, en ook bij de mensen met wie hij omging, van wie velen geen Getuigen waren maar sommigen ook wel. Maar, zij hij, ik was te trots om dat toe te geven.

Wat gebeurde er? Hij woonde nu een jaar op zichzelf, maar hij had een jonger broertje, 5-6 jaar oud, en die was op een gegeven moment zoek. Zijn moeder kon haar zoontje nergens vinden, en was radeloos. Omdat ze wist waar Marcello woonde, is ze bij hem gaan kijken, maar hij was niet bij hem. Moeder huilen, en vroeg: 'kom alsjeblieft mee'. Marcello was hier alleen maar blij mee, wilde niet alleen mee voor nu, omdat zijn moeder ongerust was, maar pakte gelijk al zijn spullen in (dat is in Ecuador meest niet zo veel, meest een beetje kleding), en trok meteen weer bij zijn moeder in.

Binnen een paar maand begon hij alle vergaderingen te bezoeken met zijn moeder, had weer studie, genoot van wat hij leerde, werd ongedoopte verkondiger en schreef zich in voor de theocratische school. Na 9 maand werd hij gedoopt. En is nu een gelukkige en waardevolle broeder in de (toekomende) gemeente Archidona, die het uitstekend naar zijn zin heeft in de velddienst. En dat is te merken! We hebben met heel veel plezier in de dienst gewerkt.

's Avonds zijn we naar de boekstudie in de Koninkrijkszaal geweest. Als het lukt stuur ik nog een foto mee van de geluidsinstallatie. Niet helemaal duidelijk, maar je ziet vast wel dat er enig verschil is met wat wij gewend zijn.

Oh ja, bij een kort nabezoek in een video uitleen winkel ('videotheek', ja), hing een tekst aan de muur: 'Wat is een sigaret? Een portie opgerold vergif in een velletje papier, met aan de ene punt een vuurtje en aan de andere een idioot'. "Gracias por no fumar" (Dank u voor niet roken). Dat viel me ook in Curaçao op, de Engelse taal is beleefder gewend dan de Nederlandse. Bij ons zeggen ze: verboden te roken. Daar, en hier in Ecuador, is het: Dank u voor niet roken.

Hoera, het is nu woensdagmiddag. Vandaag waren Karin en ik alle twee niet lekker. Karin heeft over moeten geven, en slaapt nu al een tijdje, en mijn maag is ook niet gezellig. Maar dank zij dit rustige dagje tussendoor is het verslag weer bij, en dat is heel fijn. Morgen gaan we, als we ons goed genoeg voelen, op stap in de jungle onder begeleiding van een gids. Slapen daar ook, en dan moet het bij zonsopgang prachtig zijn, met het uitzicht dat je op die plek hebt.

Daarna gaan we van hier weer vertrekken, vrijdagochtend. op weg naar onze laatste paar te bezoeken plaatsen. Nu ga ik nog proberen ook de foto's die bij verslag 3 horen te versturen. En de foto's bij dit verslag. Daar is trouwens nog een foto bij van de velddienst, waarbij een broeder en zuster om de beurt met een huisbewoner praten, maar grappig genoeg de zuster dan op het bankje van de huisbewoner gaat zitten, of de broeder, zo te zien, alvast de Wachttoren van a.s. zondag voorbereid. Allemaal geen probleem met elkaar of met de huisbewoners.

Ok, tot de volgende keer! Nog 10 dagen! Het is nu 15.15 uur Ecuadoriaanse tijd, 21.15 Nederlandse tijd [20 december 2000]. Hartelijke groeten van Karin en mij!



Ecuador verslag 5
(Klik hier voor Foto Verslag 5)

Donderdagochtend [21 december 2000] voelde ik me net goed genoeg om de trip in de jungle te nemen. Karin voelde zich wel beter dan woensdag, maar veel te slap om dat te doen, dus leek het een goed idee dat ik alleen zou gaan, dan heeft in ieder geval één van ons de jungle gezien. En foto's kan iedereen zien, natuurlijk. Hoewel geen toeristen seizoen toch maar even gebeld of dat kon, rond een uur of acht. Het antwoord was: er is hier een groep uit Australië, we zijn klaar om weg te gaan, dus ik geef je tien minuten!

Zo snel mogelijk wat spullen gepakt, en spullen ingepakt zodat Karin dat niet meer hoefde te doen (want ik zou in de jungle blijven slapen, en op tijd terug zijn om meteen met Karin en Elke op de bus naar Quito te stappen), en toen zo veel mogelijk gerend naar de plek waar ik moest zijn. De eigenaar leek een behoorlijk goed commercieel besef te hebben, gezien de prijzen die hij vroeg en de manier waarop iedereen die er uit ziet dollars te hebben meteen "amigo" genoemd wordt. Dus ik zij bij het weg gaan: hij zal wel wachten, omdat hij weet dat dat 25 dollar oplevert. En dat dacht Elke, die hem kent, ook.

Maar toen ik aankwam, in totaal na zo'n 18 i.p.v. 10 minuten, zag ik niemand die erop leek de jungle in te gaan. En er was niemand die enig Engels kon. Een vrouw die er werkt kon me duidelijk maken dat ze net waren weggegaan. Dus ik vroeg 'zal ik een taxi nemen?' Er waren gasten in het restaurant (het is een restaurant, hotel, jungle-reis organisator, toeristenwinkel, enz.) die wat woorden Spaans konden, en met hun hulp werd mij verteld: ze zijn net weg, maar ze komen nog terug, over een half uur. Dat leek me een beetje vreemd, waarom zouden ze terug komen? Maar dat werd me ook duidelijk gemaakt, er moesten nog anderen worden opgehaald, en dan zouden ze mij ophalen.

Na 40 minuten wachten begon ik het toch echt niet te vertrouwen, de vrouw die ik gesproken had verzekerde me, ja hoor, ze komen echt terug. Ga rustig zitten wachten. Oké. Na een ruim uur vroeg ik het nog maar eens, aan een andere vrouw die daar werkt, de eerste zag ik niet, en dat was: 'u hoeft u echt geen zorgen te maken, ze komen beslist, al duurt het wat langer, ze komen zeker terug. Ontspan u, ga rustig zitten. Dit alles met een uiterst vriendelijke en geruststellende blik. Na anderhalf uur kwam de hotelgast langs die in het begin had vertaald, en hij vroeg: ben je er nog? Dus ook hij ging nog eens vragen. Maar opnieuw, maak u geen zorgen, enz.

Na 1 uur 40 minuten kwam de eigenaar, zag mij, en vroeg of ik er was voor een tocht in de jungle. Ja hoor, en als het goed is komt de groep nog terug om mij op te halen, is mij door deze vrouw (die er net weer aankwam) gezegd. Hij wendde zich tot de vrouw die er nu weer was, zij spraken even met elkaar, en hij zei (hij kan redelijk toeristen Engels) 'tja, je was 20 minuten te laat, en ze zijn weg. Wat wil je? wil je nog de jungle in?'

Ik vertel dit hele verhaal om te laten zien wat mij al eerder verteld was over de stijl in Ecuador. Ze zeggen nooit: "nee". Dat is 'onbeleefd'. Iets zeggen dat niet waar is, op het gebied van afspraken e.d., dat mag. Ook als ze zeker weten dat ze iets zeggen dat niet klopt kunnen ze dat met een volkomen geruststellende glimlach doen. Daar moet je ook achteraf nooit moeilijk over doen, dat is acceptabel. Ze voelen zich daar ook totaal niet schuldig over. In dit geval had ik maar op tijd moeten komen, en nu gold alleen de vraag: wil ik nog? (Want die 25 dollar zag hij nog steeds wel zitten). Ja, ik wilde nog steeds. Mooi. Ik had al even met een Ecuadoriaanse jonge man gesproken, die ook aan het wachten was. Hij bleek spullen mee te krijgen om aan een indiaanse gemeenschap die in de jungle woont uit te delen omdat het kerstmis is. Nu kreeg deze man, die ook junglegids is, de opdracht mij mee te nemen naar de Cabañas, de hutten, en mogelijk een aansluiting te geven met een groep.

Snel. Taxi aangehouden, de gids een paar dollar in de hand geduwd (door de eigenaar) en de zak met spullen om mee te nemen, en daar gingen we.

Ok, dat was even een lange inleiding. toen ik daar zat te wachten, met in mijn achterhoofd wat ik al wist over dat niet nee zullen zeggen, dacht ik: als ik dit schrijf, dan kan ik eindigen met: wel, dat was de jungletour. Maar gelukkig, het is er toch nog van gekomen.

En ik had een knappe gids. Na 3 kwartier lopen in de jungle, blijkbaar door wat nog smallere paadjes dan 'normaal' om wat af te snijden, had ik de groep te pakken met wie ik oorspronkelijk mee zou gaan. En de gids had me onderweg ook nog wat dingen laten zien, zoals bepaalde takken met bladeren in een soort v-vorm die ze in elkaar vlechten om er bijvoorbeeld een bed of afdakje van te maken. Met de groep, bestaande uit een gids, een vertaalster, en een australisch gezin van 4 personen, zijn we verder getrokken. De vertaalster was overigens een dochter van de familie Dent, die Jehovah's Getuigen zijn en dit soort werk doen om aan de kost te komen. Haar vader en moeder hebben elkaar als zendeling in Ierland getroffen, zijn getrouwd, daar 4 kinderen gekregen, en dienen nu alweer heel wat jaren in Ecuador. Wegens de economische omstandigheden hebben ze een ander visum aangevraagd dan de meesten hebben, waardoor ze nu wel mogen werken in Ecuador. Altijd een hele uitdaging, om dan voldoende te verdienen en ook nog te blijven pionieren. maar op dit moment lukt het ze.

De jungle is heerlijk. Later merk je hoe warm het die dag was, maar in de jungle merk je dat niet. En als je foto's wilt maken merk je aan je belichtingsmeting hoe donker het is. Zonder flits of statief lukt het niet (1/8 tot 1/10 seconde sluitertijd, als je echt mazzel hebt 1/30).

Waar loop je als je wandelt door de jungle? Gedeeltes zijn 'paden', door mensenhanden gemaakt, waar je net voetje voor voetje door kunt. Maar een een groot deel is ook de bedding van hele smalle beekjes, waar er behoorlijk wat van zijn, en je loopt tussen rotsen, soms aan een kant behoorlijk hoog, enz. Heel veel is modder, modder. Want net op die plaatsen is de plantengroei wat minder. En de rubberlaarzen die je meekrijgt zijn hard nodig. Ze komen tot net onder de knie, en het water is vaak tot een paar centimeter daar net onder gekomen. Als je te grote stappen neemt, en dus je benen buigt, komt het water naar binnen.

Een stuk van deze tocht ging door een rotsig gedeelte, waar je maar net door kon en behoorlijk moest klauteren. Nog twee keer een donker gedeelte gehad waar de vleermuizen je om de oren vliegen. En er was een aardverschuiving geweest, met behoorlijk wat zand. Waardoor een stuk haast verstopt was, er was nog net ruimte voor heel dunne mensen om je erdoor te wringen (daar hoorde ik bij), of voor anderen om er kruipend door de modder onder een rots door te komen. En wat een warmte komt je tegemoet als je er uit komt!

Na de jungle kom je met een stukje lopen bij de cabañas, en wat een prachtig uitzicht! Ver beneden je loopt een rivier, Die net een bocht maakt waar de rotsen zijn waar de houten hutten boven zijn gebouwd. Je ziet dus links de rivier aankomen, en rechts verder stromen. Het is een soort klif. Aan de andere kant van de rivier is laagland, jungle, waar je over uitkijkt.

Na het middageten kun je kiezen, of 'tubing´, dat komt van tube, oftewel de binnenkant van een (grote vrachtauto) band, waar ze er een paar van aan elkaar binden, en daarmee de rivier afzakken, of naar een nog hoger gelegen uitkijkpunt, waar je zo'n beetje alle kanten op moet kunnen kijken. Ik wist van te voren niets van de mogelijkheid voor tubing, had geen zwembroek of korte broek bij me, en de jungle uitkijkpost leek me interessanter. Het zou 15 - 20 minuten lopen zijn, maar de gids, René, maakte er een complete jungletocht van. Opnieuw heel mooi en goed.

Leuke bijkomstigheid: Al bij de hutten (speciaal gemaakt voor toeristen, er waren er verschillende, en er werd nog druk bij getimmerd) was een diertje, een soort aap maar dan met een dunne snuit en een beetje anders, maar kan wel klimmen, een soort opossum (?), met de naam Pepe.

Blijkbaar hoorde die bij René, en dat beestje liep de hele tocht met ons mee. Scharrelend door het struikgewas, dan weer snel langs ons heen lopend, heel aardig beestje.

Wat zo bijzonder is in de jungle is de variatie, niet alleen in het geheel, maar ook op de vierkante meter. Als je zomaar ergens staat en om je heen kijkt, zie je allerlei struiken en planten en bomen, maar elke plant die je ziet is weer anders dan die er naast, met een enkele uitzondering. In Nederland heb je eikenbossen, dennenbossen, enz. Als je in een bos vier of vijf verschillende struiken hebt, en twee of drie soorten bomen die overheersen, is het al veel.

Wat details uit het regenwoud: Een boom die apenladder wordt genoemd, omdat er bijna de vorm van een ladder voor kleine voetjes in de bast zit. Oh ja, nog vergeten. Aan het begin van de middag, net voor vertrek, begon het, steeds harder, te regenen. Een prachtig gezicht vanuit dat hoge uitkijkpunt, over rotsen, rivier, oerwoud. Tenminste, als je onder een afdakje zit. En door de regen, die misschien een uur geduurd heeft, loop je nu door een NAT regenwoud. Valt best mee. Hooguit wat meer modder af en toe, en een wat vochtiger struikgewas.

Zomaar opeens terwijl je door het groen klautert zie je in zo'n jungle de prachtigste bloemen in allerlei vormen, rood, geel, oranje, of een paar kleine paarse. Van de grote bloemen zie je meestal maar eentje tegelijk. En je ziet af en toe een reuze vlinder voor je uit fladderen.

De gids liet ook graag zien hoe nuttig het oerwoud is voor de indiaan die er woont. Zo nam hij een blad van een plant, lang en smal (lang in het regenwoud is al gauw een paar meter, hij nam een kleiner exemplaar), in een u-vorm een beetje. En deed het volgende: zijkanten eraf halen, tegen boom slaan, vastbinden aan boom (met weer een ander soort oerwoudgroen), boven en onderkant splitsen, met zijn machete (oerwoudhakmes) afschrapen zodat er een soort draadjes overblijven, er water op gieten terwijl hij het tussen zijn handen 'wast', splitsen bijna draadje voor draadje, knoop aan eind, 2 groepen draadjes in elkaar draaien, resultaat: 1 draad. Heel sterk, ongeveer anderhalve millimeter dik. Hij verteld dat in een kamp er een soort gezamenlijk werk van wordt gemaakt deze draden op deze manier te produceren, die dan weer voor bijvoorbeeld gevlochten tassen worden gebruikt. De draad is zo sterk dat je hem niet stuk kunt trekken, ook al heb ik heel erg mijn best gedaan toen hij dat vroeg.

En zo was er veel meer. Een leuke is "het toiletpapier van de jungle", een redelijk groot blad met hele zachte haartjes. Een andere plant die gebruikt wordt om vrachten van vele kilo's te dragen, enz.

Na het uitzicht langs heel smalle stukjes naar beneden tot aan de rivier, daar lag een uitgeholde boomstam zodat we nog even op en neer naar de overkant zijn geweest en hij daar nog heeft laten zien hoe je goud kunt zoeken (en vinden, al zijn het maar uiterst kleine korreltjes), en toen weer omhoog geklommen naar de hutten, na zo'n drieëneenhalf uur.

De bedoeling was 's avonds te blijven, omdat slapen in de jungle bijzonder zou moeten zijn, en de zonsopkomst heel mooi. Dat was, achteraf, allemaal maar gewoontjes. Van het slapen heb ik niet veel gemerkt, en de lucht was bewolkt.

Let wel op met trappen lopen, elke tree is anders. Groter, kleiner, hoger, lager. Even snel kun je beter niet doen, twee stappen tegelijk wel.

En de wasbak 's ochtends heeft een klein verschil met de zendelingenhuizen en die van de broeders en zusters. Hier was je je in gezelschap van een bidsprinkhaan bijna zo groot als je hand, torren zo groot als je duim die uit de wasbak omhoog proberen te klimmen, en allerlei krioelend kleiner gedierte ertussendoor.

Oké, de volgende ochtend [22 december 2000] vroeg terug, met nog twee toeristen die ook vroeg weg moesten, en zelfs nog op tijd om naar het huis van Elke te gaan en Karin een warme hug te geven. Foto's van het digitale ' speelgoedcameraatje' (simpele kwaliteit, lage resolutie, maar dat was juist de bedoeling want dan zijn de bestanden nog net verstuurbaar) op de harde schijf te zetten, en naar de bushalte te gaan. Busreis van 6 uur naar Quito, daar, omdat de internetverbindingen in Baños en in Tena niet bruikbaar waren (duur en heeeeeel langzaam, een boodschapje van een paar bytes gaat net, maar geen foto's, al stuur je ze per stuk en zijn ze maar 35-80 Kb), een troly genomen naar het centrum en vanuit het derde gevonden internetcafé (de eerste twee waren ook heeeel langzaam, en nog met vastlopers), verslag 4 en foto's van verslag 3 en 4 opgestuurd, en nog wat andere berichtjes verstuurd en de post nagekeken, en hoever mijn bankrekening rood of blauw was (ook dat kan tegenwoordig, inclusief betalingen van je rekeningen op afstand, enz. En met een digipass voor zover ik kan beoordelen volkomen veilig).

Trouwens, Elke moest ook in Quito zijn, en ging een stukje mee met de troly. Kon ze me gelijk de weg wijzen. Karin bleef bij het busstation voor het vervelende en langdurige karwijtje van op de bagage passen tot ik klaar zou zijn. Quito is de grootste stad van Ecuador, daarna zouden we weer naar platteland gaan, met een grote kans dat internet daar net zo zou zijn als in Baños en Tena, en dat risico wilde ik niet nemen. Terwijl we wat trappen op liepen kwamen wat mensen ons tegemoet met wat reistassen in de hand. Ik zij Elke dat ik denk dat de Ecuadorianen die naar Spanje gaan (wonen, de economie is hier heel slecht) niet meer bagage bij zich hebben (hun complete bezittingen) dan Karin en ik bij ons hebben. Elke moest lachen, en de manier waarop ze dat deed, deed me denken dat het waarschijnlijk zelfs minder zal zijn. En dat bedoelde ze ook.

De volgende dag hebben we dan voor het eerst Julie Thompson in levende lijve ontmoet, met wie Karin al 5 en een half jaar correspondeerd. Die dag was ook de grote markt in Otovalo, en daar hebben we, al pratend en kennismakend en rondkijkend, overheen gelopen. Met een klein boodschappenlijstje wat we van te voren hadden opgesteld, zoals oorbellen voor Karin, en eventueel een Ecuadoriaanse trui voor mij. Het is de beroemdste markt van Ecuador, met ook veel toeristen die er rondlopen. We zijn behoorlijk geslaagd.

Julie is pas verhuisd naar Quiroga [nee dus, van Quiroga naar Cotacachi]. En hoewel de volgende dag zondag [24 dec] is, is er al vanaf 's ochtends vroeg een markt. Vooral groente en fruit, voor de plaatselijke bevolking. Daar zijn Julie en ik om half 6 naar toe gegaan. Je ziet geen buitenlander, wel de in mijn en Karin's ogen mooie plaatselijke bevolking in hun plaatselijke kleding. Dus later nog eens met Karin er overheen gelopen, gewoon om te kijken. De indianen op de markt houden niet altijd van foto's die je van ze maakt, een enkeling draait weg. Ik neem ook niet veel foto's, en soms, met de digitale, 'stiekem' vanuit de hand terwijl we langs lopen. Ze vinden het trouwens maar vreemd ook, die fotograferende buitenlanders. Wat is er nou aan om van mensen een foto te maken (behalve van jezelf), of van die oude gebouwen of zelfs ruines, of het landschap? Zelf lijken ze geen begrip van de schoonheid van hun land of omgeving te hebben, vertelt Julie die hier al 11 jaar dient. En ook poëzie schijnt ze merendeels te ontgaan.

Toen ik er met Julie naar toe liep, was er een jeep (auto) die door Julie werd aangehouden, die bussen melk aan boord bleek te hebben, zoals vroeger ook in Nederland op de boerderij werden gebruikt om de melk in op te slaan totdat de vrachtauto van de coöperatie kwam. Julie wilde een liter melk, en ik was benieuwd hoe dat zou gaan zonder fles. Gewoon, plastic zakje, grote komlepel, zakje dichtbinden. Past net een liter in. De melk was nog lauw. En de rest van je boodschappen onderop, zodat het zakje niet scheurt.

Nog wat indrukken: Hier in Quiroga [Sorry, Cotacachi] ziet alles er redelijk keurig uit. Alle straten hebben een naam, en alle huizen zelfs een nummer. Alleen, vraag een Ecuadoriaan niet naar zijn straat en huisnummer, hij zal het meestal niet weten. Ze weten naast wie of tegenover wie ze wonen, maar niet hun eigen huisnummer, vertelde Julie. Julie geeft trouwens Spaanse les aan de broeders en zusters die in Ecuador komen dienen.

's Middags in de zaal: geen gefluister, afleidende snoepjes (inclusief geknisper), maar ook niet 'strak' luisteren, gewoon rustig, ontspannen. Zoals overal in Ecuador. Ook alle kinderen en jongeren. Geen 'rustighoudend' speelgoed. (En als Karin vraagt hun naam en lievelingstekst op te schrijven in het boekje dat Karin bij zich heeft, vind geen kind dat een gekke vraag). Er is wel geloop, laatkomers, tot zo'n 20 minuten na begin van de vergadering. (Dat is veel beter dan toen we bij de dovenvergadering in Guayaquil waren. Daar liep het de hele vergadering door met steeds meer personen, tot grappig genoeg 5 minuten voor het einde van de complete vergadering). Luxe hier: echte stoelen. Meestal zijn het harde houten banken.

Leuk: Wat doe je als de rij stoelen 6 breed is, en je bent met z'n zevenen? Gewoon, drie jongeren van zo'n 8-15 jaar op twee stoelen. Simpel toch? Dat doen ze liever dan niet bij elkaar zitten.

De bijbelteksten om op te zoeken worden bijna altijd door bijna iedereen in Ecuador 3 maal genoemd, zodat zelfs ik ze meestal heb.

De volgende dag, 'eerste' en trouwens enige, alleen in Nederland schijnen er 2 te zijn, 'kerstdag', is er een picknick gepland met de gemeente. We komen samen bij de zaal, buiten, en voor vertrek is er gebed. Op weg naar de picknickplaats valt op dat ook die dag winkels open zijn, boeren hun land bewerken, bussen rijden vol met passagiers, hooguit is alles net wat rustiger. Dat valt trouwens op, in Ecuador is er nauwelijks verschil tussen doordeweekse dagen en weekend, zondag, zaterdag, 's avonds tot een bepaalde tijd zijn winkels open en lopen er mensen op straat.

En van kerst merk je niets, behalve dat er een enkele dronkeling op straat ligt of loopt, nog van de vorige avond, want dat is het voor velen: drinkfeest. De grote feestontspanning in Ecuador is (teveel) drinken.

De looptocht was een behoorlijk eind. Op een gegeven moment splitst de groep zich in twee, omdat de één een kortere weg wil/denkt dan de ander. En later nog eens. Blijkbaar weten ze de weg, maar de één (vooral ouderen) wil graag makkelijk en de ander leuker. Bij de tweede splitsing van groepen zagen we op een heel mooi grasveldje in het verschiet. Smalle paden, rotsen, beekje. Behoorlijk breed, niet te springen. Hoe? De enkelen zoeken en komen aanlopen met stenen, anderen leggen die in het water (dat niet te diep is), je geeft elkaars tassen door naar de overkant, helpt jongeren en ouderen oversteken. Karin zei: dat heb je in Nederland niet, dat je elkaar op zo'n manier moet helpen om ergens te komen. En dat is waar. In Europa/USA heeft 'niemand' elkaar 'nodig'. Ieder op zichzelf. 'Ik kan alles zelf, met mijn inkomen kan ik alles kopen dat ik nodig heb en heb ik geen contact met mensen nodig'.

Toen we aankwamen op het grasveld, bleek het nat te zijn. En heel in de verte zagen we een witte bal. Die af en toe omhoog ging. Ah, daar waren de anderen. Nog een flink stuk lopen. Eerst langs een prachtig watervalachtig watertje. En later onder andere over het land van een boer die aan het grond losmaken was. Geen enkel probleem. Je groet elkaar vriendelijk, maar niets van: wat doe je op mijn land!

Als we in Nederland zijn en we vertellen dat we moe zijn van een picknick, denk je: hoe kun je nu moe zijn van eten? Maar het lopen door al dit terrein was zo'n anderhalf uur.

Gebed voor het eten. Buitenlanders zitten midden in het veld, met petjes en paraplu’s, en als je dan om je heen kijkt zie je dat alle plaatselijke broeders en zusters / gezinnen naar de kanten zijn getrokken om te eten, waar ze net schaduw hebben van de struiken.

We hebben van alles gedaan, voetballen, honkbal, touwtjespringen, en meer. Alles in de buurt van een mooi landschap, een beetje groen Zwitsers hier en daar, want er lopen ook nog koeien te grazen wat verderop.

Voordat we weer teruggaan wordt er nog een gebed uitgesproken. Karin en ik hebben elkaar vast, en ik merk dat ze huilt. En ik begrijp waarom. Het is een beetje afscheid. Van Ecuador al. Want het is nog maar 2 dagen. En dan een dag naar Quito, en dan terug.

Nog wat losse aantekeningen die ik vergeten was. In de bus, hebben Getuigen vaak een cassette mee. Om af te spelen, vooral als de muziek niet zo aardig is. En soms zelfs video's, want als een 6 uur bus ritje video aan boord heeft, is het echt afschuwelijk wat je ziet. En als je je eigen cassette of video afgeeft, is dat geen probleem. De hele bus kijkt naar "De organisatie achter de naam" of een andere titel.

Misschien ook een reden dat kinderen veel rustiger zijn is dat ze van jongs af veel (meer) lichamelijk contact met hun moeder en ook vader hebben. Geld voor kinderwagens is er niet. Ouders dragen al lopend hun kinderen of zittend in de bus of op de markt geeft moeder de borst. Of, zoals in de bus van afgelopen vrijdag, een gezinnetje met zo te zien een kind, zoon, vn ong. 10 jaar, samen op twee stoelen, slapend met allemaal de armen over elkaar heen.

Een opblaasbaar kussentje was handig geweest om mee te nemen voor de busreizen.

Een derde wereld land heeft geen verschil met Westerse landen. Alles is er: elektriciteit, auto's, wegen, huizen, alles. Alleen 'alles' ziet er uit alsof het op instorten staat, of op zijn minst versleten of slecht onderhouden of niet af. In moderne landen lijkt het wel veel beter georganiseerd, maar in werkelijkheid misschien ook wel vaak alleen maar gecompliceerder.

Je ruikt inderdaad van alles, in de bus. Urinelucht, vislucht, zweetlucht, remblokjeslucht, stoflucht, en alles door elkaar. Maar wat geeft het, we zijn gelukkig! En de mensen hier, al weten ze het niet, zijn inderdaad veel gelukkiger dan wat je in Europa of USA om je heen ziet.

Nu ik dit typ is het ondertussen 20.58 (nee, alweer 21.18 uur), en ga ik proberen deze boodschap en wat bijbehorende foto's te versturen.

Morgen is het dinsdag [26 december 2000], dan nog woensdag, en dan beginnen we te vertrekken. Of er nog een verslag 6 komt? Nog geen idee. Misschien kort, veel gebeurt er niet meer (denk ik nu). Alvast groetjes van Karin en mij, misschien tot nog een keer, anders weer als we terug zijn.

We zien wel naar jullie uit, en houden van jullie allemaal.

Tot gauw!



Ecuador Verslag 6
(Klik hier voor Foto Verslag 6)

Toch nog!

Wat heb ik nog te melden?

Eerst nog wat kleine dingetjes over de gemeente hier in Quiroga, en gelijk even melden dat ik steeds schreef dat we bij Julie in Quiroga zijn, maar haar huis staat sinds kort in Cotacachi. Dus in verslag 5 Quiroga even vervangen voor Cotacachi.

De gemeente had 65 vergaderingbezoekers afgelopen weekend, en er zijn net 35 verkondigers. Gisteren eind van de middag zijn we naar de boekstudie geweest, die was voor ons ook in de Koninkrijkszaal. De broeder, eentje met humor, keek naar de klok en begon met aftellen: 10, 9, 8, 7 enz. en toen was het precies 17.00 uur en tijd om te beginnen. Het was een kleine boekstudie, 11 aanwezigen. Ja, aan het begin. Tegen 18 minuten over vijf waren er: 33.

Maar wat me overal in Ecuador is opgevallen, er wordt keurig op tijd begonnen, ook niet 1 of 2 minuten te laat, maar ik heb ook nog geen enkele vergadering meegemaakt die te laat was afgelopen. Vanmorgen in de velddienst (het is nu woensdagmiddag 17.24 uur [27 december 2000]) had ik het erover met een broeder uit de States (U.S.A.), en hij vertelde dat ze overal in Ecuador op tijd proberen te beginnen, en dat het zeker nergens voorkomt dat een vergadering te laat is afgelopen. Dat wordt als een onbeleefdheid beschouwd, als een soort inbreuk die niet hoort.

Dus: nooit nog iets om te 'rekken' als een aandeel net een minuut te vroeg is, en ook viel me op dat bijna geen een broeder zelf veel aan het woord is, tenminste met een vraag en antwoord bespreking. Dat is het hier ook echt. Er zijn meestal misschien 2 of 3 korte commentaren van de studieleider zelf tijdens de gehele studie, en 2 of 3 extra vragen over iets wat niet over het hoofd gezien mag worden, maar veel minder dan we in Nederland gewend zijn.

Oh ja, leuk om te vertellen, want ik geloof dat nog niet gedaan te hebben in verslag 5:

Er is hier sinds 2 weken een gezin uit Australië, moeder met twee net volwassen zoons en een dochter die aan het eind van haar schoolopleiding zit. Drie jaar geleden zijn ze in Australië verhuisd naar een plek waar de behoefte groter was, en dat was van het platteland naar een gemeente in Sydney. Dat was toen een grote overgang voor ze. De moeder en zoons pionieren, en de zoons dienen als dienaar in de gemeente. Na drie jaar vonden ze dat ze meer konden doen, en hebben toen op 4 continenten steeds 2 bijkantoren aangeschreven, met de bedoeling aan de hand van de antwoorden die ze kregen te bepalen waar ze het beste en met een goede mogelijkheid van slagen zouden kunnen gaan dienen.

Om diverse redenen is het uiteindelijk Ecuador geworden, onder andere omdat je vanuit het bijkantoor hier uitgebreide informatie krijgt die je goed op weg helpt. Ze waren hier nog nooit geweest, hebben ook geen verkenningstocht uitgevoerd, alleen veel gelezen over het land, en zijn hier met een om-de-wereld ticket via een aantal andere landen naartoe gevlogen, nadat ze eerst echt zo goed als alles aan spullen in Australië verkocht hadden.

Op het bijkantoor in Ecuador zijn ze aangekomen net de week nadat wij er geweest zijn, en over de vraag waar ze het beste in dit land konden dienen was gauw duidelijkheid. Bij broeder Bono van Bethel was net het bericht binnen gekomen dat er in Quiroga, schuin tegenover de Koninkrijkszaal, een ruim huis vrij was waar daarvoor ook broeders en zusters (In 1/2 kamers van dit grote huis met 21 deuren had Julie Thompson tot voor kort ook gewoond) hadden gewoond.

Het gaat heel goed met ze, alleen natuurlijk de verlangens om echt te kunnen communiceren met huisbewoners en broeders en zusters. En dankzij dit feit geeft Julie op dit moment Spaanse les, en konden wij les 2 en 3 meemaken. Heel leerzaam. Twee of drie maal per week lessen van 2 1/2 tot 3 uur, 3 tot 4 maand lang, en elke dag je velddienst en andere contacten, daarmee kom je een heel eind.

Wat ik nu wel merk is dat als Karin en ik ons bijbelleesprogramma doen, ik opeens Engelse woorden die met een "h" beginnen zonder "h" wil uitspreken, omdat dat in het Spaans zo hoort, en de letter "v" soms ook in het Engels als "b" begin uit te spreken.

Iets heel anders: waar verlang ik/we naar om weer te hebben/kunnen in Nederland, en wat zal ik/we juist missen als we weer in Nederland zijn?

We missen hier in Ecuador:
1 bruin brood. Een beetje kleur kan er nog net af, maar smaak, stevigheid en gezondheid halen het niet met wat je in Nederland kunt krijgen. En bijna alleen in Nederland. Ik herinner me nog heel goed het ongelooflijk niet te geloven soort kwaliteit van brood in New York. Wat een spul! Niet dat ik er last van had gelukkig, in New York bleven we kort genoeg voor mij om mijn 'eigen' brood, Allinson volkoren met rozijnen, waardoor het en stevig en lang 'vers' bleef, mee te nemen. En dat heb ik alle tien dagen daar als ontbijt gegeten, met voorgesneden plakken kaas, ook uit Nederland, zodat ik heerlijk snel klaar was en iets at wat ik lekker vond (Tsja, het is wat hé).

2 Mijn elektrische tandenborstel! Hoewel er een oplader moet bestaan die je ook met vakantie mee kunt nemen, en misschien wel geschikt is voor 110 volt, hebben wij die niet. En de 300 schuifbewegingen die je met een handtandenborstel per minuut maakt, tippen niet aan de 18.000 van een elektrische. Ook niet als je heel lang poetst.

3 Warm water. Hoewel de temperaturen hier overal redelijk tot warm zijn, is je scheren en vaak ook douchen met koud water toch niet je van het.

4 Toilet, keukenaanrecht, tafel, deuropening, enz. zijn allemaal in hoogte geschikt voor de gemiddelde Zuid-Amerikaan. En dat is toch een stuk lager dan wij gewend zijn. Zelfs in de bus, behalve die voor de echt grote afstanden (daarvoor gebruiken ze Mercedes-Benz, in Marco Polo en Olympiade uitvoering, made in Brasil) moet je vaak al bukkend naar je zitplaatsen lopen.

[Zo, en toen ik dit aan het typen was ging het licht en ook het scherm uit. Heel Cotacachi zonder stroom! Iedereen om me heen kijkt verslagen naar een donker scherm. De jongeman die hier werkt blijkt een stukje Engels te kunnen. "Did you save?" vraagt hij aan mij. Ja, gelukkig wel, de laatste net een paar zinnen terug. Vanaf punt 2 moest ik opnieuw typen. Wat dat betreft is een laptop weer heerlijk (als die werkt). En batterij en stroom, dus nooit een blackout. Ondertussen ben ik teruggelopen naar Julie's huis, in de verwachting daar nu wel Karin en misschien Julie aan te treffen, maar er is niemand. En na eventjes doet de stroom het weer, dus loop ik nu terug en typ weer verder.]

5 En natuurlijk, dat 'iedereen' luistert in de velddienst (maar ja, je weet niet wat te zeggen op wat standaard na).

6 Al die verschillende vervoegingen van werkwoorden omdat er zoveel onregelmatige zijn. Een zeer goed boek voor Engelssprekenden om Spaans te leren heet dan ook: '501 werkwoorden en zo'.

En wat zullen we in Nederland gaan missen?

1 Fruit! Verse en heerlijke mango's, papaja’s, bananen, ananassen, nirangua's of zo iets (grenadilla´s, weet ik nu), heel makkelijk te openen en eten, enz.

2 Snelheid van leven van Ecuador.

3 Dat we nu weer winterjassen, regenjassen, paraplu’s, handschoenen, en nog veel meer van die dingen nodig hebben.

4 Dat we hier wel kunnen uitleggen, maar 'niemand' wil dat horen/luistert.

5 501 verschillende vervoegingen van werkwoorden. Het begon net te wennen.

6 De velddienst, de sfeer, natuurlijk is het ook vakantie, maar we denken dat het ook zonder vakantie op een aantal punten heel goed en de moeite waard is hier.

Zo, en wat is er nog meer te vertellen? Vanmorgen gingen we in de velddienst, deze gemeente heeft niemand met een auto (ook wel goed, zien de plaatselijke broeders en zusters dat niet alle need-greaters "rijk" zijn, en Julie had net vanmorgen over de radio gehoord dat de busprijs was gestegen. Het was niet meer 8 centavos (dollarcent) voor een gemiddelde (velddienst)afstand zoals naar Quiroga, maar 14 centavos. Dat is wat! Bijna 100%! En gelijk werd er bekend gemaakt dat (hoewel de inflatie wel wát teruggedrongen is door de overstap van Ecuadoriaans geld naar dollars) sinds augustus 1999 tot nu, eind december, de inflatie 100% bedraagt.

Iets anders dat wel grappig of misschien zelfs interessant is. Gisteren na de velddienst een (hét) museum bezocht over plaatselijke geschiedenis en dergelijke. (Bekend hier omdat er gewoon maar 1 museum is, in de wijde omtrek. En bij dit museum waren we als de nummers op de tickets kloppen, en dat zal vast wel, dit jaar maar liefst betalende bezoeker 000189 en 000190). Daar bleek onder andere dat er drie bevolkingsgroepen zijn in dit land: blanken en muletes (nageslacht van blanken en indianen, dus gemengd bloed); indianen; negers. Ik was verbaasd. Hoe komen er nu negers in Ecuador? Er is hier toch geen slavernijtransport geweest vanuit Afrika, zoveel eeuwen geleden? Toch moeten er in Ecuador 1 of volgens sommigen 2 miljoen negers wonen. Waar ze vandaan komen? Algemeen wordt geaccepteerd dat er, in de tijd van de slavernij, een schip met negerslaven schipbreuk heeft geleden op de kust van Ecuador, die mensen zijn (uiteraard) hier gebleven, en daar zou de hele negerbevolking van nu dus zeg maar 2 miljoen van afstammen. Van één schip?

Laat ik mijn rekenmachine eens pakken om te zien of dat waar kan zijn. Uitgaand van het grootste getal, 2 miljoen, en uitgaand van een normale exponentiële bevolkingsgroei, dus een verdubbeling elke 25 jaar (in 25 jaar krijgen 2 mensen 2 kinderen, dus een verdubbeling van 2 naar 4, en 25 jaar later krijgen die kinderen er ook weer twee. In werkelijkheid worden er meer geboren, maar na een tijdje heb je natuurlijk ook sterfte wegens ouderdom. Gemiddeld groeit de wereldbevolking exponentieel).

Dan heb je een halvering elke 25 jaar terug, en dat doe je 16 keer, namelijk voor 400 jaar. Ja! dan kom je uit bij een begin van 30,51 en nog wat. En een slavenschip had er vast wel meer aan boord. Dit sommetje is gelijk een duidelijke manier om te laten zien dat miljoenen jaren van mensenleven op aarde niet klopt, want als je de wereldbevolking van nu van 6 miljard neemt, en je bedenkt dat eind 1800 de eerste miljard was bereikt, en er in de middeleeuwen wereldwijd net 100 miljoen mensen woonden, dan kom je als je die lijn volgt al lang voordat we zesduizend jaar teruggeteld hebben uit op een begin van 2 personen.

Vanmorgen na de velddienst in Otovalo afgesproken, en daar mijn lieve Karin weer gezien, want ze was in de velddienst met Julie. Alleen, geld bij de bank halen, wat de bedoeling was, bleek niet te kunnen in wat toch een behoorlijke (toeristen) plaats is. De dichtstbijzijnde andere mogelijkheid is dan Ibarra, en Julie had geen tijd en Karin was eigenlijk niet fit genoeg om daar nog heen te gaan, en dat was ook niet nodig, ze kon beter nog even in Otovalo blijven, ze had nog iets op het oog wat ze probeerde te vinden. Geen probleem, ik kan natuurlijk alleen naar Ibarra, dat doe ik veel liever, dan Julie en/of Karin er bij/mee belasten.

Julie vond dat maar niets. Ze zag me compleet verdwalen. Maar dat had ze ook al een beetje gedacht vanmorgen, toen ik apart van hun naar Otovalo zou gaan. Met alleen een plattegrondje in mijn hoofd waar Julie op had aangewezen waar de bus stopt en welke straat we elkaar zouden zien (Julie wilde dat veel uitgebreider, maar daar had ik geen zin in), is dat (natuurlijk?) prima gegaan. Maar dit zag Julie toch nog een stuk minder zitten (misschien ervaring?).

En het was nog 'gekker' dat ik ook nog een Italiaans ijsje wilde halen. Want daar moest volgens sommigen toch een ijszaak zitten die boven de anderen uitstak, en er was voor vanmiddag niets gepland, dus waarom niet. Nou, dat kon helemaal niet. Want dan moest ik eerst de bank zien te vinden, dan ook nog weer naar het centrum voor die ijszaak, en dan nog weer de weg terug zien te vinden. Hoe ver is het dan van de bank naar het centrum, vroeg ik Julie?

5 minuten. Nou, dat is toch niet erg. Ja, maar dan moest ik het ook nog vinden, en dan was terug ook niet gemakkelijk, want er zijn verschillende busterminals, waarvan ik de juiste moest vinden om terug te kunnen naar Cotacachi, enz, enz. Áls ik al terug zou kunnen komen, was het vast pas de volgende ochtend. Ik zag het probleem niet zo zitten, Karin kent me een beetje, dit is gewoon even een hele kleine leuke uitdaging tussendoor met een beter dan gemiddeld Italiaans ijsje als beloning, nou, prima toch?

Julie interesseert zich niet voor ijs, gaf me toch maar de naam van de zaak die ik hebben moest (onder 'protest'), vroeg of ik haar telefoonnummer had, en daar ging ik, na een hug met Karin.

En waarom vertel ik dit hele verhaal? Het ging allemaal gesmeerd, alleen de naam van de ijszaak kende niemand, er werd me een zaak gewezen 6 blokken verder dan waar de bus in het centrum stopte, maar die was het zeker niet, na nog wat vragen vond ik de goede, weer net een andere kant uit lopen. Die maken het ijs nog écht. Een soort tafel met twee grote holtes, helemaal opgevuld met ijsblokjes/klontjes. Daarin twee grote koperen niet al te diepe schalen met handvaten, een soort vergrote wadjan pannen, en daarin werd het mengsel dat ijs moet worden geroerd, de pan in de ijsblokjes rondgedraaid, enz. Leuk om te zien.

Voor de zekerheid wel gevraagd of het water dat gebruikt wordt met de bereiding wel 'filtrado' is. Helaas, niet, vertelde de eigenaar/meesterijsbereider. Tsja, wat nu? Er blijken twee smaken te zijn die zonder water worden bereid, alleen met melk. Laat ik dat risico dan maar nemen (Gaat mijn maag het merken, dan is het toch al bijna terug in Holland).

Daarna met niet al te veel moeite de juiste busterminal gevonden, een jongeman in een winkel die ik gevraagd had naar de juiste weg nog wat traktaatjes kunnen geven (eentje had hij al), en al met al was ik 16.30 uur precies terug in Calle Sucre 517 in Cotacachi (Ik denk zo'n beetje 13.30 uur uit Otovalo vertrokken, de reis naar Ibarra, bank, bus, lopen, weer lopen, ijs, lopen, bus, lopen, en dat was het). (Oh ja, met het lopen vanaf de busterminal in Cotacachi werd ik tot mijn verbazing ingehaald de helling af door zes kinderen met steps! Ja, je weet wel, de nieuwe rage in Nederland en omstreken. En dat hier, in een afgelegen stukje Ecuador. In de hoofdstad Quito had ik er 1 gezien en daar was ik al verbaasd over. Ze noemen ze hier trouwens scooters).

En daar heb je meteen de reden dat ik dit verhaal vertel. Er was niemand thuis (Er was algemeen aangenomen dat ik als laatste daar zou zijn, dus had ik de sleutel afgegeven zodat Julie en Karin er alletwee een zouden hebben, omdat die op verschillende tijden terug zouden gaan). En nadat ik een half uur buiten op straat op de stoep het nieuwe jaarboek 2001 verder had gelezen (vanmorgen geleend gekregen, op blz. 11 wordt de Nederlandse bijkantoorcoördinator Willy Gournon genoemd, en op blz. 24 een Koninkrijkszalenbouwprogramma zoals dat nu ook in Ecuador gebeurt, ik ben nu op blz. 79, middenin Angola) ben ik dus maar in een internetzaak gaan typen. Toen de stroom uitviel, precies om 18.00 uur, ben ik de 6 blokken weer terug gegaan, aannemende dat er nu wel iemand zou zijn, maar nee. Dus na even wachten maar weer gaan typen. En daar houd ik nu mee op. Want nu zullen ze er toch vast en echt wel zijn?

Ok, vandaar nog met gemak tijd gehad voor verslag 6. Misschien laat ik het hierbij, en stuur ik dit vanavond nog op. Want morgen is al pakdag, hoewel we nog gaan varen/kijken naar een meer dat heel mooi moet zijn.

En waarschijnlijk geen foto's meer, de lap(flop?) heeft het nog verder begeven, en die heeft het programma en de usb-aansluiting om de foto's te kunnen binnenhalen van de camera.

Jawel, alweer 19.53 uur [27 december 2000]! Tot gauw of spoedig, waarschijnlijk!

Groetjes van ons,

Ron & Karin

(Had ik jullie al verteld dat we vandaag, alleen vandaag, 1540 dagen, oftewel mil quienientos cuarenta diás, heel gelukkig zijn getrouwd?

Oké, het is nu donderdagmiddag 13.59 uur [28 december 2000]. Over een uur komt de bus naar Quito langs, dus nog een half uur voor dit laatste berichtje.

goed nieuws! Gisteren heeft Karin het laatste stukje van haar hulppioniersdoel gedaan. In totaal heeft ze 50 uur aan de dienst besteed, in Ecuador. Fijn he?

En dat was meteen de reden dat er gisterenmiddag niemand thuis was. Karin en Julie hadden het gehad over de velddienst en hoeveel tijd Karin nog aan de prediking wilde besteden, en omdat ze haar doel bijna had, zijn ze gelijk ´s middags nog op pad gegaan. En terecht, want Karin zei tegen Julie dat als Ron ondertussen zou komen, hij of wat zou gaan lezen (klopt), of naar een internetzaak zou gaan om te typen (klopt ook). In beide gevallen was er niets aan de hand. En zo is het gegaan!

Wauw! Als je bedenkt wat zich hier heeft afgespeeld aan hitte en kracht! Ja, dat meer, met een eiland bestaande uit drie eilandjes in het midden, waar we vanmorgen naar zijn gaan kijken. Dat is dus een krater, tot op zekere hoogte gevuld met water, en heel imposant! (foto's komen nog, als het lukt, maar pas over een paar dagen). En groot! De omtrek van het meer is 9 kilometer (iemand anders zei 13), en er is een voetpad helemaal langs, waar je vier uur over loopt om rond te komen.

Met een boot naar de eilanden gevaren, er op mag niet, alleen er om heen. Het kleinste eiland van de drie is het warmst, er zijn daar ook kolibries.

En dan bedenk je dat er vroeger hier vloeibare steen omhoog kwam, alles roodgloeiend was, enz. Heel indrukwekkend! Grappig dat de meeste andere toeristen op het bootje, meest Ecuadorianen en een groep uit Colombia, van heel andere dingen opgewonden raken. Zoals een eendje dat ze zien zwemmen, en een huisje op het eilandje. Of ze echt beseffen/zich kunnen voorstellen wat het hier is, weet ik niet. Een vrouw hoorde ik vragen: waar is die krater nou? Terwijl ze er dus middenin staat.

De zuster en dochtertje van 6 die met ons mee waren hebben ook genoten. Karin vroeg haar in haar boekje te schrijven, en aan het dochtertje vroeg ze of ze haar naam ook op wilde schrijven. En heb je een favoriete bijbeltekst? Even nadenken, ja. Zou je die ook op willen schrijven? Natuurlijk. En ze schrijft op: Psalm 83:18.

Oh ja, nog iets over het meer. Het water is héél helder. Echt als glas. Alleen wat verderop zie je de bodem niet meer, logisch, ons wordt verteld dat het water 200 honderd meter diep is. En een mooi patroon dat je ziet als de boot vaart, want verder is er geen beweging natuurlijk.

Op één plek liet de bootbediender/gids ons zien dat er gas uit het water omhoog borrelt. Dat moet nog een overblijfseltje van vulkanische activiteit zijn. Het water is op precies die plek ook 24 graden Celsius.

Wel, interessant genoeg. En dat was het. Nog gauw verzenden, dan terug lopen, alles staat klaar voor de laatste reis in Ecuador. We mogen slapen in het zendelingenhuis in Quito, daar gaan we vanavond ook naar de vergadering, dan worden we morgenochtend 8 uur op het vliegveld verwacht, vlucht kl754 als ik het goed heb, aankomst in Nederland iets van 5 uur ´s ochtends zaterdag [30 december 2000]. Dan hebben we de hele zaterdag nog voor ons!

Lieve groetjes,

Ron & Karin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Valid XHTML 1.0 Transitional

Valid CSS!